K.
Michel

2000

Jan Campert-prijs
K. Michel (1958) heeft de Jan Campert-prijs 2000 ontvangen voor zijn bundel Waterstudies.

Een dichter van associaties en beelden, zo wordt hij genoemd. Door een ‘listige selectie en herformulering’ van reclameteksten, nieuwberichten en tekstflarden echoot de poëzie van K. Michel de werkelijkheid, schreef Arie van der Berg in NRC. Een ‘denkend dichter. Zijn poëzie is allerminst gespeend van beelden, maar er is aldoor een filosofische, of op z’n minst essayistische ondertoon. Dat suggereert ernst, maar bij Michel overheerst juist lichtvoetigheid. De metaforen in zijn verzen koketteren gretig met triviale informatie. En anders dan bij echte filosofen is het mechaniek van zijn teksten niet de ratio maar de associatie.’  

 

K. Michel is dichter en schrijver. Hij debuteerde in 1989 bij de literaire stichting Perdu met Tingeling, absurdistische prozateksten en gedichten. In datzelfde jaar verscheen zijn eerste dichtbundel Ja! Naakt als de stenen. Daarop publiceerde hij een aantal prozabundels. In 1994 volgde de dichtbundel Boem de nacht, waarvoor hij de Herman Gorterprijs ontving. Voor Waterstudies ontving hij ook de VSB Poëzieprijs.  

 

‘K. Michel heeft zijn eigen, unieke toon van grillige maar beheerste lichtvoetigheid lang geleden al gevonden. En dat geldt, meen ik, ook voor zijn “denkwereld”,’ schreef Mustafa Stitou over Waterstudies in de Groene Amsterdammer. ‘K. Michel toont ons, in achteloze en tegelijk uiterst precieze, klinkende taal, de raadselachtigheid van het leven. (…) De verschijning is het wezen. Maar, en dat is volgens mij waar het K. Michel in zijn poëzie om te doen is, deze anti-metafysische houding ontdoet de wereld niet van haar wonderbaarlijkheid; integendeel, wanneer men zijn energie niet verspilt aan een zich blindstaren op het achterliggende maar de tijd neemt en zijn blik nauwgezet richt op de (alledaagse) fysieke realiteit, dan blijkt deze wonderbaarlijker dan we durfden dromen.’ 

'K. Michel heeft zijn eigen, unieke toon van grillige maar beheerste lichtvoetigheid lang geleden al gevonden. En dat geldt, meen ik, ook voor zijn “denkwereld”,’

Een ‘bijeengescharrelde, licht surreële indruk die tegelijkertijd stevig in de werkelijkheid is verankerd’, schreef Peter de Boer in Trouw, dat is de eerste impressie van de gedichten van K. Michel. Als postmodernist stelt hij ‘tegenover de onkenbare en verbrokkelde werkelijkheid de transparante chaos van zijn woordmozaïeken’, in evenwicht gehouden door beelden die zowel verstilling als dreiging inhouden. ‘Die verstilling is een wezenlijk onderdeel van Michels poëzie, hoe grillig zij verder ook is. (…) Zo zit de wereld vol met wonderen, voor wie er oog voor heeft tenminste en zijn fantasie loom en wiegend de vrije loop durft te laten. K. Michel heeft en durft dat.’ 

 

In de Volkskrant schreef Piet Gerbrandy dat de gedichten een ‘moeilijk verklaarbare magie’ bezitten: ‘De dingen zijn wat ze zijn, wij zijn wat we zijn, meer kunnen we er meestal niet van zeggen. Maar soms slaagt een van ons erin dat besef op zo’n manier te verwoorden, dat we toch het gevoel hebben heel even de kern van de dingen te zien. Dat vermogen is zeldzaam. K. Michel bezit het.’ 

Jury

De jury bestond uit: Harry Bekkering, Aukje Holtrop, Jos Joosten, Anton Korteweg, Janet Luis, Leonore van Prooijen, Helga Ruebsamen, Bart Vervaeck en Ad Zuiderent.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 5.000 euro verbonden. De feestelijke prijsuitreiking vond plaats op vrijdagavond 15 december 2000 in Den Haag.

 

Credits portretfoto: Bianca Sistermans