Hélène
Gelèns

2010

Jan Campert-prijs
Hélène Gelèns (1967) heeft de Jan Campert-prijs 2010 ontvangen voor haar bundel zet af en zweef.

De bundel ‘bevat een waaier aan gedichten en cycli die treffen door hun indringendheid’, schreef de jury. Maar het ging hun niet alleen om de kwaliteit van de gedichten op zichzelf: ‘Gelèns [plaatst] haar gedichten in een dwingend verband rond de centrale vraag uit welke pijn en vreugde een persoonlijkheid ontstaat. Zij verkent in een fascinerend ritmisch spel met betekenissen de uitersten van die vraag. Ook met klank, met haar beheerste drieledige vergelijkingen en haar gebruik van leestekens speelt zij een ritmisch spel in alle gedichten.’

 

De jury liet zich graag meeslepen met Gelèns’ poëzie: ‘De bundel als geheel krijgt daardoor een stuwend ritme dat de lezer aansluit op wat wel de onverwisselbare talige hartslag moet zijn van een unieke dichter.’

 

‘Is vrijheid een illusie?’ vraagt Piet Gerbrandy zich af in het begeleidend essay. Gebonden aan natuurwetten die de mens van ‘groei naar ontbinding’ blijven dwingen, krijgen we nooit de mogelijkheid om te ontsnappen. De enige ontsnapping zouden we paradoxaal genoeg kunnen vinden in datzelfde lichaam, als we het zo kunnen conditioneren tot een ‘maximale ontvankelijkheid voor het omringende. Je blijft een lichaam, maar je voelt je opgetild als een blad in de wind. Met de andere bladeren vorm je een systeem, maar zo ervaar je het niet. Je dans is een spel in de lucht.’ En dit, betoogt Gerbrandy, is precies wat Gelèns in haar poëzie voor elkaar krijgt:

 

‘Heel even is het lichaam vrij, is de taal vrij, bevrijdt de geest zich uit zijn conceptueel gevang, ook al is het niet meer dan een spel van trefzeker geplaatste zetten en tegenzetten. Ofschoon de stukken waarmee men speelt even log zijn als de materie die ze verbeelden, schept het brein zich een zwevend schaakbord dat slechts aan eigen, tijdelijke, wetmatigheden gehoorzaamt. Het spel en de zweefvlucht vormen de kern van Gelèns’ dichterschap. Haar poëzie behandelt de taal als een systeem dat zich vlak naast, of liever: vlak boven de werkelijkheid bevindt. De stemmen die haar werk bevolken, bevechten zich de vrijheid hun eigen regels vast te stellen. De poëzie is een vrijplaats die de wereld op zo’n manier simuleert dat ze heel even begrijpelijk en manipuleerbaar lijkt.’

 

Hélène Gelèns debuteerde met de dichtbundel niet beginnen bij het hoofd (2006). Ze publiceerde kort proza en essays in literaire tijdschriften en schreef het libretto voor het oratorium Voices van componist André Arends, dat in 2007 in première ging.

Jury 

Van de jury onder voorzitterschap van Aad Meinderts maakten deel uit Yra van Dijk, Hans Groenewegen, Koen Hilberdink, Aukje Holtrop, Ena Jansen, Jos Joosten, Annemie Leysen en Lut Missinne.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 5.000 euro verbonden. De feestelijke prijsuitreiking vond plaats op vrijdagavond 18 maart 2011 in het Letterkundig Museum in Den Haag.

 

Credits portretfoto: Mark van der Zouw