Wouter
Godijn

2012

Jan Campert-prijs
Wouter Godijn (1955) heeft de Jan Campert-prijs 2012 gekregen voor zijn bundel Hoe H.H. de wereld redde.

Godijns poëzie garandeert een uitbundige leeservaring, schreef de jury: ‘De lezer wordt in deze bundel van het ene uiterste naar het andere geslingerd. Nu eens krijg je pure slapstick, dan weer een politieke parabel, het ene gedicht is keihard, het andere ontroerend. Godijn trekt alle registers open en zijn lezer moet heel flexibel zijn, maar wie deze poëtische roetsjbaan aandurft, beleeft een bijzondere ervaring waarin plezier en verdriet heel dicht bij elkaar liggen.’

 

Godijn excelleert in de ‘montere tragiek’, volgens de jury kenmerkend voor deze ‘verzameling vol existentiële verzen, over ziek zijn, doodgaan, in de wereld staan en over de kracht van poëzie (heel relatief). Gewichtige onderwerpen, maar toch is Godijn vaak onbedaarlijk grappig.’

 

Maar dit is geen poëzie met antwoorden. ‘Zijn gedichten ontstaan vooral in onderhandeling met de taal, zoekend naar woorden van de meest uiteenlopende soorten: wachtkamertaal, pubertaal, sprookjes, scheldwoorden. Dat betekent niet dat echte dichterstaal geen plaats krijgt. Klankrijke en esthetische regels zijn er ook, waarin “een besluiteloos regentje” eigenwijzig over de stoep kan trippelen. Deze poëzie lijkt niet op een poging om de wereld in woorden te vangen – eerder het omgekeerde. Ze laat zien hoe de werkelijkheid in haar absurditeit voortdurend uit de ons bekende kaders puilt en alleen met afwijkende klanken en typografie benaderd kan worden. Door een dichter dus.’

 

In het begeleidend essay onderzoekt Willem Bongers-Dek de verschillende grote thema’s in Godijns schrijven: ‘Sinds zijn prozadebuut Witte tongen (1997) is het oeuvre van Godijn een doorlopende en fundamentele bevraging waaraan niets of niemand ontsnapt. Hoe verhoudt de alledaagse morsigheid en banaliteit van de wereld zich tot de onstoffelijke geest? Hoe kunnen we goed leven als het kwaad ook bestaat? Hoe verhoud je je tot een hogere instantie als God denkbaar is? Is de mens in staat om ooit wezenlijk met een ander (mens, pizza, God) samen te vallen of vallen we allemaal altijd alleen? Dit zijn klassieke vragen die in mijn proza clichématig overkomen maar de antwoorden die Godijn formuleert zijn daar juist het tegendeel van: origineel, levendig, lyrisch en altijd zelfbewust.

 

Wouter Godijn debuteerde als romancier met Witte tongen. In 2000 publiceerde hij zijn eerste dichtbundel Alle kinderen zijn van glas. Zijn derde bundel, De karpers en de krab (2003), werd genomineerd voor de VSB-Poëzieprijs. Hij ontving de Libris Literatuurprijs voor zijn roman De dood van een auteur die een beetje op Wouter Godijn lijkt (2007). Zowel zijn poëzie als zijn romans worden gekenmerkt door Godijns volstrekt eigengereide stem en dubbelzinnige houding ten opzichte van zijn onderwerpen. 

Jury 

De jury bestond uit: Yra van Dijk, Arjen Fortuin, Aukje Holtrop, Ena Jansen, Jos Joosten,  Annemie Leysen, Aad Meinderts (voorzitter), Lut Missinne en Carl De Strycker. 

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 5.000 euro verbonden. De feestelijke prijsuitreiking vond plaats op zondagmiddag 20 januari 2013 tijdens het Schrijversfeest in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag.

 

Credits portretfoto: Merlijn Doomernik