Paul
Biegel

1973

Nienke van Hichtum-prijs
Paul Biegel (1925-2006) heeft de Nienke van Hichtum-prijs 1973 gekregen voor De twaalf rovers.

Hoog boven in de bergen wonen twaalf rovers in een rovershol. Elke dag stormen ze op hun paarden naar beneden om de rijke reizigers op de grote weg te beroven. Als er op een dag geen reizigers meer langskomen weten de rovers niet wat te doen. Er blijkt geen enkel goudstuk meer over te zijn in het hele land – alleen de schatkist van de koning zit nog vol. Een voor een trekken de rovers naar het paleis, maar ze komen allemaal met lege handen terug. Geip, de laatste rover, bedenkt een plan. 

  

‘Een verhaal dat door zijn dramatische en poëtische spanning het klassieke volksverhaal evenaart,’ schreef de jury. ‘Door de beeldende kracht van de vertelling en de speelse manier waarop de auteur de taal hanteert, doorbreekt hij de traditionele stijl van de avonturenroman en schept hij een geheel nieuwe verteltrant. Mede door de originele wijze waarop de auteur menselijke zwakheden en ondeugden evoceert, beschouwt de jury De twaalf rovers eenstemmig als een aanwinst voor de Nederlandse literatuur’.  

‘De lezers krijgen altijd in de eerste plaats een verhaal, vol raadsels, onverwachte gebeurtenissen en wonderlijke figuren,’ 

Biegel vertelt het liefst spannende sprookjes zonder de onderliggende grote thema’s op te dringen. ‘De lezers krijgen altijd in de eerste plaats een verhaal, vol raadsels, onverwachte gebeurtenissen en wonderlijke figuren,’ schreef Bregje Boonstra in de Groene Amsterdammer. In De twaalf rovers is ‘de centrale gedachte dat een schat niet per se uit een kist met goud hoeft te bestaan, maar de bladzijden van het boek zijn voornamelijk gevuld met een kleurrijke roversbende, die zich in duizend bochten wringt om uit te vinden hoe de schat van de oude koning – een zoete prinses – er dan wel uitziet.’ 

 

Verhalen moesten ruimte bieden aan de verbeelding, en de verkenning van een wereld die groter is dan alleen de ‘kinderziel’: ‘De aard van het kind is niet het klein zijn, maar het groot worden. Niet wij moeten naar hen toe, zij moeten naar ons toe. Hoe meer wij kinderen omringen met dingen van hun eigen formaat, hoe meer wij hun ontwikkeling afremmen in zijn natuurlijke richting. Het is niet nodig dat kinderen alles begrijpen wat ze te horen krijgen.’  

 

Paul Biegel debuteerde 1962 met het verhaal De gouden gitaar. Met Het sleutelkruid (1964, Kinderboek van het Jaar), verwierf hij grote bekendheid. De tuinen van Dorr (1969, Prijs van de Amsterdamse Kinderjury) en De kleine kapitein (1970, Gouden Griffel) behoren tot zijn bekendste titels. Hij bewerkte bekende sprookjes en vertaalde kinderboeken. De twaalf rovers (1971) werd ook bekroond met een Zilveren Griffel 1973. De illustraties waren van de hand van Peter Vos. 

Jury 

Van de jury maakten deel uit: Gerrit Borgers, Mies Bouhuys, Pierre H. Dubois, Gertie Evenhuis,  Jacques den Haan en Harry Scholten.

 

Uitreiking 

Aan de prijs was een bedrag van 3.000 gulden verbonden. De uitreiking vond plaats op woensdagavond 19 december 1973 in het Haagse stadhuis.  

 

Credits portretfoto: Rob C. Croes / Anefo / Nationaal Archief