Wim
Hofman

1977

Nienke van Hichtum-prijs
Wim Hofman (1941) heeft de tweejaarlijkse Nienke van Hichtum-prijs 1977 gekregen voor zijn jeugdroman Wim.

Wim ‘is geen held, hij huilt weleens, heeft ruziënde ouders, een vervelende broer en een kapotte fiets’, schreef de jury. ‘Een jongen kortom zoals er wel meer rondlopen zonder dat ze ooit aan het woord komen of worden beschreven. Wim Hofman heeft dat wel gedaan. De afzonderlijke beelden en kleine avonturen, die in korte hoofdstukken elkaar opvolgen, zijn niet onderhevig aan een tevoren opgelegde verhaalstructuur, maar zijn figuraties van Wims bestaan, eenzaam en soms wreed. Wim Hofman is er met inzicht en taalvermogen in geslaagd om deze wereld ontroerend en voor kinderen herkenbaar te tekenen.’  

 

Wim (1976) gaat over een Zeeuwse jongen die opgroeit in een gezin waar veel geruzied wordt. Zijn ouders zijn bijna uit elkaar en hebben allebei een nieuwe partner. Zijn broer Hein blijkt lid van de bende die het Wim flink lastig maakt. Als niemand meer aardig tegen hem doet, loopt Wim weg. Hij komt terecht bij aardige mensen die hem in hun schuur laten slapen, maar de volgende ochtend komt zijn vaders vriendin hem halen met de belofte dat hij mee mag op vakantie.   

'Wim Hofman is er met inzicht en taalvermogen in geslaagd om deze wereld ontroerend en voor kinderen herkenbaar te tekenen.’ 

‘Het meest opmerkelijke aan Wim is echter zijn introverte beleving, de vele verwarring wekkende beelden in zijn hoofd,’ voegde de jury eraan toe. In Trouw illustreerde Gertie Evenhuis die verwarring: ‘Er is niets op de TV. Zoveel temeer in Wims hoofd. Zouden anderen dat ook hebben (Zeker). Daar gaan de meubels wankelen, de tafels lopen als grote krabben, kasten worden vogels, kastdeuren vleugels, zijn bed een groot vierpotig dier met Wim erop vastgebonden. In zijn hoofd vechten nijptangen en hamers, straatstenen regenen er naar boven, lucht is ook water; maar ’t ergst zijn de tunnels. Dit is waar taal de grondeloze eenzaamheid van een klein mens uitroept, die, als hij bezweet wakker wordt op vragen “O niks” zegt.’ 

 

Evenhuis vond Wim ‘zo helder, eerlijk en eenvoudig geschreven, dat de lezer benauwd betrokken blijft bij dit verhaal, waar toch zeer alledaagse dingen bij woorden worden genoemd. Duidelijk, warm en direkt.’ Hofmans werk ‘gaat altijd over iemand die het niet kan vinden in dit leven. Dat komt meer voor bij mensen, ook kinderen hebben het in de gaten’.      

 

Wim Hofman verzorgde zelf de illustraties.  

Jury

Van de jury maakten deel uit: Paul Biegel, Gerrit Borgers, Miep Diekmann, Pierre H. Dubois, Jacques den Haan, André Matthijsse, Harry Scholten en Paul de Wispelaere.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 3.500 gulden verbonden. De uitreiking vond plaats op maandagavond 19 december 1977 in het Haagse stadhuis. 

 

Credits portretfoto: Mylene Siegers