Willem
Wilmink

1985

Nienke van Hichtum-prijs
Willem Wilmink (1936-2003) heeft de tweejaarlijkse Nienke van Hichtum-prijs 1985 gekregen voor zijn verhalenbundel Het verkeerde pannetje.

In Het verkeerde pannetje (1984) haalt Willem Wilmink herinneringen aan uit zijn jeugd. ‘Deze herinneringen zijn om een aantal redenen bijzonder te noemen,’ schreef de jury. ‘Wilmink schrijft weliswaar als een volwassene, maar met het inlevingsvermogen en vanuit het perspectief van een kind. Hij verstaat de kunst van het weglaten, legt niet voortdurend uit. Emoties, twijfels, onzekerheid en spanning komen te voorschijn terwijl hij vertelt. En de enkele keer dat hij commentarieert, is dat met zo’n milde ironie, dat het allerminst stoort.’  

 

‘“Het verkeerde pannetje”, zei mijn moeder zowat eenmaal in de week, “ik heb het verkeerde pannetje weer gebruikt. Dat heeft zo’n dunne bodem.” De pap voor ons ontbijt was dan weer eens lelijk aangebrand en de oorlog was nog niet lang genoeg achter de rug om pap of pannetje zomaar weg te gooien,’ lezen we op de flaptekst. ‘Verhalen over vroeger zijn vaak rooskleurig en voor kinderen buitengewoon ergerlijk: “Toen ik zo oud was als jij, toen was ik overal blij mee, toen liet ik mijn eten niet staan, toen maakte ik mijn staartdelingen zonder fouten en ik zat in het verzet.” Maar de verhalen in dit boek zijn anders. Ze gaan over mijn kindertijd en die van mijn kinderen. Herinneringen, soms liefelijk, een enkele keer zelfs vermomd als hemelse taferelen. Maar er zijn er ook die lelijk aangebrand ruiken: die komen dan uit het verkeerde pannetje – waarvan ik me trouwens afvraag of het wel ooit heeft bestaan.’ 

‘Wilmink schrijft weliswaar als een volwassene, maar met het inlevingsvermogen en vanuit het perspectief van een kind.'

Door de ‘kombinatie van relativerende humor, realisme en vooral meesterlijke vertelkunst’ vond de jury Het verkeerde pannetje ‘een zeer bijzondere verhalenbundel, die in geen enkel opzicht naïef te noemen is en waarvan jonge maar evenzeer oude lezers kunnen genieten’. 

 

Wilminks gedichten winnen aan zeggingskracht en worden toegankelijker door de verhalen, schrijft Piet Mooren in het begeleidend essay. De manier waarop hij ‘de ontwikkelingsgang van zijn leven beschrijft en bij herhaling thema’s uit zijn vroege werk herneemt, maakt de lezer opnieuw nieuwsgierig naar eerder als hermetisch en intiem ervaren gedichten.’   

 

Voor Herman Tromp in de Volkskrant draaide de bundel om het behoud van herinneringen: ‘Voor het oog lijken de dingen van vroeger verdwenen, de mensen dood, de huizen gesloopt. In werkelijkheid verdwijnt niets. De herinnering blijft en die trekt. Daar kun je humoristisch over schrijven. Maar dan met een humor in de juiste betekenis. Een lach voor de één, een traan voor de ander.’ 

 

Willem Wilmink schreef liedjes, essays, radio- en cabaretteksten en poëzie. Hij debuteerde in 1966 met de dichtbundel Brief van een Verkademeisje. Dat overkomt iedereen wel (1972) waren de eerste liedjes voor kinderen, de bundel Het bangedierenbos (1976) bestond uit proza. Zijn achtste dichtbundel voor kinderen, Dicht langs de huizen (1982), kreeg een Zilveren Griffel. Hij vertaalde kinderboeken, toneelstukken, essays en poëzie. Liedjes en teksten schreef hij voor televisieprogramma’s als Sesamstraat en Kinderen voor Kinderen

Jury

Van de jury maakten deel uit: Harry Bekkering, Margaretha Ferguson, Han Foppe, Gerrit Kamphuis, Anton Korteweg, André Matthijsse, Paul de Wispelaere en Ad Zuiderent.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 4.500 gulden verbonden. De uitreiking vond plaats op vrijdagavond 13 december 1985 in het Haagse stadhuis.