Anna
Woltz

2015

Nienke van Hichtum-prijs
Anna Woltz (1981) heeft de tweejaarlijkse Nienke van Hichtum-prijs 2015 gekregen voor haar jeugdroman Honderd uur nacht, ‘een voorlopig hoogtepunt in haar jonge oeuvre’.

 

In Honderd uur nacht (2014) is Woltz ‘erin geslaagd een messcherpe, eigentijdse en psychologisch overtuigende jeugdroman af te leveren, die op subtiele wijze maatschappelijke en ethische kwesties aansnijdt zonder daarbij in moralisme te vervallen,’ schreef de jury. 

 

Als de veertienjarige Emilia erachter komt dat haar vader, de directeur van haar eigen middelbare school, vunzige berichtjes heeft uitgewisseld met een beeldschone leerlinge, begint het te stormen in haar hoofd. In haar eentje reist ze naar New York, op de vlucht voor de schaamte en digitale pesterijen, en weg van haar ouders, die in één klap van hun voetstuk zijn gevallen. Als ze geland is blijkt het appartement dat ze gehuurd heeft niet te bestaan, en komt er een échte orkaan op de stad af. Op straat ontmoet ze de knappe high school dropout Jim, en samen vinden ze onderdak bij Seth en Abby. Alle vier moeten ze zonder ouders zien te overleven in een miljoenenstad zonder stroom en zonder verbinding met de buitenwereld. In de extreme omstandigheden ontstaat tussen de vier eenzame jongeren al snel een verbondenheid en samen weten ze te overleven in hun ‘orkaanasiel’.  

 

‘Zo leeg en verlaten het New York is dat Honderd uur nacht beschrijft, zo rijk is dit jeugdboek dat niet zozeer over de feitelijke orkaan handelt, maar over de symbolische storm in het leven van vier kinderen die haar doorstaan,’ vond de jury. ‘De vaart van het verhaal en de identificatiemogelijkheden die de personages bieden, zijn voldoende ingrediënten om menig lezer (jong én oud) aan de pagina’s gekluisterd te houden. (…) Het levert een zinderende roman op – literatuur in het oog van de storm.’  

‘De vaart van het verhaal en de identificatiemogelijkheden die de personages bieden, zijn voldoende ingrediënten om menig lezer (jong én oud) aan de pagina’s gekluisterd te houden.’

‘Aan de voet van het Vrijheidsbeeld moet Emilia haar eigen onafhankelijkheidsoorlog voeren,’ schrijft Marjon Kok in het begeleidend essay. Woltz zet alle volwassenen tijdelijk op afstand zodat Emilia haar eigen verhaal kan vinden. ‘Want volwassenen, vindt Emilia, gedragen zich allemaal als acteurs in een toneelstuk. Ze zijn niet echt.’ Tegelijk ziet ze ernaar uit om volwassen te zijn en haar eigen keuzes te kunnen maken. ‘In zinderende dialogen en eigenzinnige beelden roept [Woltz] een onstuimige wereld op waarin alles draait om de (on)mogelijkheid tot wezenlijk contact. De vier jonge protagonisten kunnen pas verder met hun leven als ze in het oog van de orkaan opgesloten zitten in hun eigen orkaanasiel. Terwijl leven overleven wordt, groeit er een eerlijke vriendschap. Alles om hen heen raast en tiert, maar in deze oase kunnen ze hun maskers afzetten en hun demonen te lijf gaan. Daar is de rust en de ruimte om echt naar elkaar te luisteren en door de ogen van de ander te leren kijken naar zichzelf.’  

 

Anna Woltz schreef als scholier een jaar lang columns over haar leven voor de Volkskrant, die gebundeld werden in Overleven in 4b (1998). Ze debuteerde met het kinderboek Alles kookt over (2002). Voor haar zestiende boek Ik kan nog steeds niet vliegen (2012) kreeg ze de Thea Beckman-prijs. Mijn bijzonder rare week met Tess (2013) werd bekroond met een Vlag en Wimpel van de Griffeljury.  

Jury 

De jury onder voorzitterschap van Aad Meinderts bestond uit Erica van Boven, Jeroen Dera, Yra van Dijk, Arjen Fortuin, Jan de Roder, Carl De Strycker en Maria Vlaar. 

 

Uitreiking

Aan de prijs is een bedrag van 5.000 euro verbonden. De feestelijke prijsuitreiking vond plaats op zondagmiddag 17 januari 2016, tijdens het Schrijversfeest in het Theater aan het Spui in Den Haag. 

 

 

Credits portretfoto: Literatuurmuseum