H.W.J.M.
Keuls

1961

P.C. Hooft-prijs
In 1962 is de P.C. Hooft-prijs 1961, dit jaar bestemd voor po√ęzie, uitgereikt aan H.W.J.M. Keuls.

De P.C. Hooft-prijs 1961 voor het oeuvre van H.W.J.M. Keuls is toegekend op voordracht van een jury bestaande uit C.J.E. Dinaux, Pierre H. Dubois, Michel van der Plas, J.W. Schulte Nordholt, Victor E. van Vriesland (voorzitter) en H.J. Michaël (ambtelijk secretaris). Aan de prijs is een bedrag verbonden van fl. 4.000.

 

Henricus Wijbrandus Jacobus Maria Keuls (Obdam, 19 mei 1883 – Bennekom, 28 oktober 1968) was dichter en vertaler. Hij was het oudste kind van Lambertus Keuls en Julia Gefken. Zijn moeder overleed toen hij een jaar was. Hij werd opgevoed door zijn grootouders en twee ongetrouwde tantes in Leiden. Naar eigen zeggen had hij een gelukkige jeugd. Met zijn vader had hij geen warme band. Hij studeerde rechten in Utrecht en vestigde zich als advocaat in Amsterdam. Hij trouwde met Emma Schuur, die net als hij van het katholieke geloof gevallen was. Later werd hij, tot 1948, hoofd van het bureau voor auteursrechten. Daarnaast schreef hij toneelkritieken voor Met Bloem, Greshoff, Roland Holst, Van Eyck en Besnard behoort hij tot de zogenaamde dichtergeneratie van 1910. Hij debuteerde in 1910 in De Gids, maar bracht zijn gedichten voor het eerst in 1920 bijeen, in de bundel In den stroom. Zijn bezonnen, weemoedige, soms naar het mystieke neigende poëzie heeft, evenals die van zijn generatiegenoten, een streng traditionele vorm, met veel volzinnen. Aanvankelijk spraken zijn gedichten niet erg aan. Pas nadat hij begonnen was met de uitgave van zijn Verzamelde gedichten, in vier delen (1947-1949) kreeg hij in ruimere kring erkenning.

 

In 1962 werd hem de P.C. Hooftprijs 1961 toegekend. Al eerder kreeg hij de Tollensprijs en de Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam. Voor zijn vertalingen van Omar Khayyam, Dante en T.S. Eliot kreeg hij de Martinus Nijhoff-prijs. Kees Fens merkte in Doorluchtig glas (1997) op over het dichterlijke oeuvre van Keuls dat van hem geen enkele regel in het collectieve geheugen is blijven hangen, omdat zijn poëzie daarvoor te onpersoonlijk is. Zijn gedichten hebben geen eigen karakter. ‘Ze lijken wat kleurloze vertalingen van gedichten van de groten uit de traditie.’

De staatssecretaris van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, mr. Y. Scholten (rechts), reikt in het Muiderslot de P.C. Hooft-prijs uit aan H.W.J.M. Keuls, 21 mei 1962. In het midden mevrouw Keuls. Credits foto: Ben van Meerendonk / IISG.

Uitreiking

De prijs is in 1962 uitgereikt op een feestelijke bijeenkomst.

 

 

 

Credits portretfoto: Hans Roest