Eva
Gerlach

2000

P.C. Hooft-prijs
Op 16 mei 2000 is in het Literatuurmuseum in Den Haag de P.C. Hooft-prijs, dit jaar bestemd voor poëzie, uitgereikt aan Eva Gerlach.

De P.C. Hooft-prijs 2000 voor het oeuvre van Eva Gerlach is toegekend op voordracht van een jury bestaande uit Wiljan van den Akker (voorzitter), Arie van den Berg, Esther Jansma, Anneke Reitsma en Ad Zuiderent. Aan de prijs is een bedrag verbonden van fl. 125.000 (waarvan fl. 50.000 voor een specifiek literair doel).

 

Eva Gerlach, pseudoniem van Margaret Dijkstra, werd geboren in Amsterdam op 9 april 1948. Ze studeerde een aantal jaren Spaans, culturele antropologie en literatuurwetenschap. Zij is niet alleen dichteres, maar maakt ook af en toe vertalingen. Zij debuteerde in 1979 met de dichtbundel Verder geen leed. Daarna volgden dertien bundels, die regelmatig in de prijzen vielen.

 

Haar eerste bundel voor kinderen, Hee meneer Eland, kwam uit in 1989: een bundeling van bijdragen aan NRC Handelsblad, aangevuld met niet eerder gepubliceerde gedichten. Deze bundel werd bekroond met een Zilveren Griffel en met de Nienke van Hichtum-prijs. Voor haar gedichten voor volwassenen ontving zij de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs, de J.B. Charles-prijs, de Jan Campert-prijs en de A. Roland Holst-Penning voor haar gehele oeuvre.

Kees Fens en Eva Gerlach, tijdens de uitreiking van de P.C. Hooft-prijs voor poëzie aan Eva Gerlach in het Literatuurmuseum te Den Haag, 16 mei 2000. Credits foto: Rop te Riet.

Fragment uit het juryrapport

In het juryrapport wordt het ‘volstrekt eigen geluid’ geroemd, dat Gerlach vanaf haar debuut laat horen. Dit eigen geluid, meent de jury, is gebleven, ook al ontwikkelden Gerlachs gedichten zich in twintig jaar tijd van vormvast en strak metrisch tot brokkelig, grillig en onvoorspelbaar. ‘Geraffineerde eenvoud van taal is kenmerkend voor Gerlachs poëzie’, meldt het rapport, ‘waarin ze het zogenaamd verhevene evenmin schuwt als het zogenaamd alledaagse.’


De volledige tekst van het juryrapport, onder de titel ‘Spreuken en onthutsingen’, is te vinden in De invulbare ruimte, uitgegeven door de Stichting P.C. Hooft-prijs en de Arbeiderspers. In de bundel zijn ook acht gedichten opgenomen van Gerlach, een brief aan Willem van Toorn, een schriftelijk interview en het dankwoord.

Uitreiking

De prijs is uitgereikt op een feestelijke bijeenkomst in het Literatuurmuseum (voorheen Letterkundig Museum), op 16 mei 2000, vijf dagen voor de sterfdag van de naamgever van de prijs, de dichter P.C. Hooft (1581-1647), onze grootste renaissancedichter.

 

Dankwoord

Het dankwoord door Eva Gerlach is, onder de titel ‘Een plek’, opgenomen in De invulbare ruimte, uitgegeven door de Stichting P.C. Hooft-prijs en de Arbeiderspers.

 

 

 

Credits portretfoto: Ben Wolson