Ad Zuiderent

(1944)

Ad Zuiderent is dichter en letterkundige, dat wil ook zeggen: schrijver en lezer. De dichter is iemand met een scherp en nuchter waarnemingsvermogen, die op een eigenzinnige manier te werk gaat om die ervaring over te brengen naar de lezer. En over de lezer kan eigenlijk hetzelfde gezegd worden: zijn essays – vooral die over Gerrit Krol – laten de lezer op een andere manier naar literatuur kijken.

Vervaardigd 1984
Techniek Olieverf op doek
Afmetingen 90 x 75 cm

Ad Zuiderent

door Frans van Steenhoven (1914-2005)

De vroege gedichten van Ad Zuiderent verschenen in Merlyn en Raster, en de experimentele inslag ervan verhulde soms hoe concreet de onderwerpkeuze is. Wat dat betreft spreekt de titel van zijn debuutbundel uit 1968 boekdelen: in Met de apocalyptische mocassins van Michel de Nostredame op reis door Nederland staat de watersnoodramp van 1953 centraal.

Dit kleurrijke portret van Zuiderent is gemaakt door Frans van Steenhoven, de lievelingsoom van Zuiderents vrouw. De schilder had in de jaren dertig het geloof van zijn vaderen afgezworen. ‘Dat neemt niet weg dat hij blij was dat de nieuwe neef iemand bleek te zijn, die adequaat op de Bijbelcitaten uit zijn jeugd kon reageren’, aldus Zuiderent. Die beklemmende jeugd vormde, naast het Noord-Hollandse landschap van vlakke polders, oprijzende duinen en onheilszwangere luchten, een belangrijke inspiratiebron voor de schilder.

Gerrit Kouwenaar typeerde in Het vrije volk Van Steenhoven als ‘een gepassioneerde borstelaar, die zijn objecten – menselijke figuren, landschappen – het wezenlijke tracht te ontfutselen door er zich direct en hartstochtelijk mee te identificeren’. Volgens Kouwenaar blijft de werkelijkheid in Van Steenhovens werk duidelijk herkenbaar en is zij als zodanig volstrekt functioneel. Zuiderent: ‘Als de typering van Kouwenaar ook geldt voor mijn portret, dan zit het wezenlijke van schilder en geportretteerde wat mij betreft vooral in de enigszins afgewende blik en de ironische trek rond de mond.’

Andezijds heeft de dichter de schilder tweemaal in woord geportretteerd, beide gedichten zijn opgenomen in de met de Jan Campert-prijs 1984 bekroonde bundel Natuurlijk evenwicht. ‘Van Steenhoven – Claustrofobie’ benadrukt de autobiografische bron van zijn werk:

Hier wordt het kind de vader van de man.

[...] Omzien op dood;
het dwalen in het bos beviel niet best:

de vrouw van Adam en de vrouw van Lot
gedroegen zich als tantes. Het neefje
wijst hun als een god de deur. Verhard tot

kleur heeft hen het leven overmeesterd.