Cees Nooteboom

(1933)

‘Dat jullie Nederlanders zo’n schrijver hebben!’ Het werd geroepen door Marcel Reich-Ranicki, de voorzitter van het befaamde Duitse ‘Literaire kwartet’, in het gelijknamige tv-programma. Cees Nooteboom is schrijver van boeken als RituelenZelfportret van een anderLied van schijn en wezenAllerzielen en ook talloze reisreportages, dichtbundels, enkele toneelstukken en zelfs liedteksten (voor Liesbeth List). Hij wordt nationaal maar zeker ook internationaal zeer geprezen.

Vervaardigd 2001
Techniek Pastel
Afmetingen 58 x 69 cm

Cees Nooteboom

door Tonny Holsbergen (1952)

Wanneer Tonny Holsbergen Cees Nooteboom portretteert, is diens Terug naar Santiago net verschenen, het vervolg op De omweg naar Santiago uit 1992, zijn bekendste reisboek. Samen vormen ze een zoektocht naar de ziel van Spanje. De op zichzelf teruggeworpen mens, de pelgrim, ze intrigeren Nooteboom.

In 2001 heeft Nooteboom een onaantastbare positie in de Nederlandse letteren. Vanaf zijn debuut werd hij veel gelezen, en in 1980 brak hij ook internationaal door met de ook nog verfilmde roman Rituelen. Hij had ten tijde van dit portret al vele literaire onderscheidingen in binnen- en buitenland in ontvangst mogen nemen, maar drie jaar later zou hij ook de P.C. Hooft-prijs ontvangen en in 2009 de Prijs der Nederlandse Letteren. De jury schrijft in haar rapport:

Een groot schrijver is voor iedere lezer weer een andere schrijver. Zo is het precies met Nooteboom - iedereen heeft zijn eigen Nooteboom. Sommigen bewonderen Nooteboom om zijn stijl. Anderen prijzen juist de filosofische diepgang van het oeuvre waarin het menselijk bestaan op allerlei manieren tegen het licht wordt gehouden. Het wonderlijke is dat al deze Nootebooms schuilgaan in een opvallend consistent oeuvre, waarin enkele grote thema's steeds terugkomen.

In zijn romans staat de handeling in dienst van een persoonlijke gedachtestroom, die vaak door historische en culturele elementen wordt bepaald. Zijn hoofdpersonen leven van herinneringen en observaties en hebben een complex karakter. Nooteboom is uiterst productief en beoefent vele genres; naast reisboeken en romans schrijft hij onder meer gedichten, essays en kunstreportages. Zijn werk is in tientallen talen vertaald en vooral in het Duitse taalgebied is hij een bestsellerauteur.

Vervaardigd 2004
Techniek Linosnede
Afmetingen 24 x 25 cm

Cees Nooteboom

door Wendela Slok (1965)

‘Het leven/ je zou het je moeten kunnen/ herinneren/ als een buitenlandse reis’, schrijft Cees Nooteboom in zijn gedicht ‘Niets’, dat hij opneemt in de bundel Vuurtijd, ijstijd uit 1984. Deze versregels inspireren beeldend kunstenaar Wendela Slok tot dit portret. ‘In dit werk kijkt het ene oog ver en het andere dichtbij: de reizigersblik en kunstblik worden zo in één beeld gevangen.’ Ze gebruikt een dikke en dunnere gutslijn om zowel het observeren naar voren te brengen, de blik naar buiten, als ook het introverte proces van het verwoorden. Blauw associeert ze het meest met verte.

Cees Nooteboom beoefent vele genres, maar poëzie komt voor hem op de eerste plaats, lezen we op zijn website. Hij debuteert in een tijd waarin de experimentele Vijftigers in Nederland de dienst uitmaken. Zelf vindt hij meer aansluiting bij de internationale poëzie. Zijn debuutbundel is De doden zoeken een huis en verschijnt in 1956, een jaar na zijn romandebuut Philip en de anderen. Pierre H. Dubois schrijft in een recensie in Het Vaderland: ‘Er is in deze gedichten een nieuwe – of eigenlijk al heel oude – romantische toon, die op een merkaardige manier toch van deze tijd is en er tevens ook weer vèr aan ontsnapt’. Nooteboom publiceert diverse bundels, en in 1970 brengt hij zijn tot dan toe verschenen bundels gedichten samen in Gemaakte Gedichten, waarvoor hij de Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam krijgt. Hij vertaalt poëzie van collega’s van over de hele wereld en schrijft liedteksten voor Liesbeth List. Volgens zijn site is voor poëzie voor Nooteboom een vorm van ascese, van mediteren; een manier van denken. ‘In zijn gedichten stelt hij zich vragen over het wezen van de tijd, de zielsverhuizingen van een mens tijdens zijn leven of de ontvankelijkheid voor poëzie bij hemzelf of (klassieke) collega’s.’