Elisabeth Eybers

(1915-2007)
De P.C. Hooft-prijs gaat niet vaak naar dichters weer eerste taal niet het Nederlands is. Maar de Zuid-Afrikaanse Elisabeth Eybers heeft dat wapenfeit op haar naam. Haar eerste gedichten schreef ze in het Engels, later schreef ze in het Zuid-Afrikaans, wat ze altijd is blijven doen, ook na haar emigratie naar Nederland en ze deel uit ging maken van de Nederlandse republiek der letteren.
Vervaardigd 1997
Techniek Acryl en bladgoud op mahoniepaneel
Afmetingen 40 x 40 cm

Elisabeth Eybers

door Lia Laimböck (1965)

Op 14 mei 1997 werd tijdens een kleine en intieme bijeenkomst, in aanwezigheid van schilder én geportretteerde dit portret van Elisabeth Eybers door Lia Laimböck onthuld en aan het museum overhandigd. Het schilderij combineert een realistische weergave van Eybers’ gezicht met een mozaïek van kleuren, zoals vaker in het werk van Laimböck. Het opschrift geeft aan in welk jaar het is geschilderd (anno 1997) en wat de leeftijd van de geportretteerde is (Aetatis svae): 81. Het goud om het hoofd geeft licht: is het de waardering of de zon uit haar geboorteland? Het portret werd gemaakt in opdracht van de prof. Huib Drion, die een groot bewonderaar was van het werk van Eybers.

Veertig jaar daarvoor, in 1957, was in Nederland de eerste bundel met poëzie van Eybers verschenen. Ze had op verzoek van uitgever G.A. van Oorschot een selectie gemaakt uit de zes bundels die ze reeds in Zuid-Afrika had gepubliceerd. Versamelde gedigte werd een ongekend succes. Eybers werd direct geprezen om haar ‘herkenbaarheid, van vorm, toon en algemeen menselijke inhoud’ en daarin met dichteres M. Vasalis vergeleken. In Zuid-Afrika hoort Eybers tot de ‘Dertigers’, de eerste generatie dichters die het Afrikaans gebruikt als eigen uitdrukkingsmiddel van persoonlijke thema’s. Zelf rekent ze zich niet tot een groep.

In 1961 emigreerde ze naar Nederland, waar ze nog eens veertien bundels zou publiceren, die tegelijkertijd in Kaapstad verschenen. Eybers zou altijd in het Afrikaans blijven schrijven. Ironie en zelfspot waren haar handelsmerken. Haar laatste gedicht werd afgedrukt in haar overlijdensbericht:

Godsdienstigheid beweer
Die siel bly voortbestaan
Terwyl ek self begeer
Om grondig te vergaan