F. Springer

(1932-2011)
F. Springer is het pseudoniem van Carel Jan Schneider, bestuursambtenaar en diplomaat. Indrukken en ervaringen uit zijn jeugd in Indonesië en uit de jaren die hij als diplomaat all over the world doorbracht, verwerkte hij in zijn romans en verhalen. Zijn stijl is laconiek en sentimentaliteit, die steeds op de loer ligt, wordt zo doeltreffend bedwongen.
Vervaardigd 1990
Techniek Olieverf op doek
Afmetingen 60 x 50 cm

F. Springer

door Martin Meijer (1967)

Neerlandicus Martin Meijer maakte dit portret tijdens zijn studiejaren in Leiden. Hij portretteerde in tijd vaker schrijvers die hij goed vond, vertelt hij. ‘Springer liet wat meer van de wereld zien dan veel andere Nederlandse schrijvers, zijn verhalen spelen in New York, Bangladesh, Nederlands-Indië, Berlijn en vrijwel alle andere plaatsen waar hij als diplomaat gewerkt heeft. Ik was in die tijd meer geïnteresseerd in Reve en Van der Heijden, maar mijn afstudeerscriptie ging toch over een boek van Springer: Teheran een zwanezang, over de Iraanse revolutie eind jaren zeventig.’

‘Dit schilderij is een Indonesië-fantasie,’ aldus Meijer. Omdat Springer geboren werd in Batavia en Nederlands-Indië een grote rol speelt in diens werk. De maskers op het portret zijn lichtelijk geïnspireerd op de verfilming van Louis Couperus’ magische roman De stille kracht en Springers gezicht is gebaseerd op de auteursfoto door Peter Franke, die gebruikt werd op het omslag van Sterremeer, het Boekenweekgeschenk van het jaar waarin Meijer dit portret maakte.  

Sterremeer werd door Ivan Sitniakowsky van De Telegraaf geprezen als een ‘verhaal dat vol ingenieuze spiegeleffecten zit en met ingehouden ironie is geschreven’. De recensent deelde diverse sneren uit naar de media die Springer in het verleden maar matig bespraken. Dit moest ‘de welverdiende doorbraak’ worden, vond hij. De toon was gezet. ‘De boekhandel, die aanvankelijk niet wist wat zij met deze schrijver aan moest, heeft haar aarzeling overwonnen en ruim een half miljoen exemplaren van Sterremeer ingeslagen, die ondanks de aanwezigheid van 800 duizend analfabeten in Nederland hun weg naar de lezers ongetwijfeld zullen vinden.’

Springer kon voor zijn romans, waaronder Tabee, New York, Bougainville en Bandoeng-Bandung, rekenen op een groot lezerspubliek, en ook de erkenning uit het vak bleef niet uit: in 1995 zou hij voor zijn gehele oeuvre de Constantijn Huygens-prijs krijgen.