Geerten Gossaert

(1884-1958)
Geerten Gossaert, pseudoniem van Frederik Carel Gerretson, heeft slechts één bundel op zijn naam staan: het in 1911 verschenen Experimenten. Wel nam de befaamde dichter in de vele herdrukken steeds nieuwe gedichten, en zo groeide zijn eenling van 20 naar 60 gedichten. De breedte en de klankrijkdom van de taal gebruikte hij om zijn innerlijke verscheurdheid te verwoorden. Hij werd bewonderd door Hafid Bouazza, die een bloemlezing van zijn poëzie samenstelde.
Vervaardigd ongedateerd
Techniek Olieverf op doek
Afmetingen 41 x 33 cm

Geerten Gossaert

door Karel van Veen (1898-1988)

Karel van Veen maakte enkele officiële staatsieportretten van koningin Juliana en portretteerde tal van hoogleraren, burgemeesters, bankdirecteuren en andere welgestelde burgers onder wie de markante Geerten Gossaert, die onder zijn echte naam Carel Gerretson onder meer bijzonder hoogleraar koloniale geschiedenis en de constitutionele geschiedenis van het koninkrijk was. Bovendien was hij een rechts politicus, en een overtuigd voorstander van de Groot-Nederlandse gedachte.

Gossaert/Gerretson, zoon van handelsman en politicus Bartholomeus Gerretson, ging naar de handelsschool, volgde een opleiding aan de militaire academie en ging in 1906 in Utrecht wijsbegeerte studeren. Daar leerde hij P.H. Ritter jr. kennen, met wie hij een levenslange vriendschap zou onderhouden. Na enkele maanden studie kwam hij in een ‘persoonlijke crisis’ en vertrok hij voor enige tijd naar Mexico en de Verenigde Staten. Eind 1907 ging hij in Brussel Sociale Wetenschappen studeren. Ritter herinnert zich dat daar het pseudoniem Geerten Gossaert ontstond: ‘Wij wandelden door het museum en hij sleurde mij naar een schilderij van den Vlaamsen kunstenaar Jan Gossaert van Mabuse. "Dit vind ik nu de lelijkste schilderij die er bestaat!" zo riep hij plotseling woedend uit. "Zou Gossaert niet het pseudoniem zijn, waarnaar ge jaren zoekt?" zo vroeg ik rustig, ik kende zijn zelfironie. Hij werd opgetogen over het voorstel. En zo was het pseudoniem in de wereld’.

In Brussel schreef Gossaert ook gedichten, die hij in 1911 opnam in Experimenten, de bundel die hem  beroemd zou maken. In 1950 zou hij hiervoor, en voor zijn latere essays en boeken, de Constantijn Huygens-prijs krijgen. Net als Van Veen, die als schilder traditioneel werkte en zich onttrok zich aan de modieuze kunststromingen, was Gossaert in zijn verstechniek en taalgebruik sterk verbonden met de traditie. Uit zijn werk spreekt een voorliefde voor het verleden, net als uit dat van de geportretteerde.