Gerrit Komrij

(1944-2012)
Gerrit Komrij was dichter, romancier, bloemlezer, vertaler, polemist, criticus, Dichter des Vaderlands en oprichter van de Poëzieclub. ‘Zo lang ik leef ben ik de kluts kwijt’, zei hij ooit in een interview, maar het is niet zeker dat we dat moeten geloven.
Vervaardigd 2001
Techniek Acryl op paneel
Afmetingen 67,5 x 58,5 cm

Gerrit Achterberg verschijnt in een gedicht van Gerrit Komrij

door Kees Epskamp (1950-2003)

Gerrit Komrij is een dichter die het raadsel niet schuwt. Het masker behoort tot zijn standaarduitrusting, de strakke vormen verpakken groot romantisch leed – of is ook dat ironie? Misschien is Gerrit Achterberg wel Komrijs tegenpool: Achterberg wenste zich een masker, maar verraadde zich bij elke regel die hij aan ‘Gij’ schreef. Daarom misschien dat hij alleen in een hoek van een schilderij opduikt.

Dit dubbelportret van Kees Epskamp is één grote opeenstapeling van vragen. Om te beginnen de titel al: ‘Gerrit Achterberg verschijnt in een gedicht van Gerrit Komrij’. Naar verluidt gaat dit over het gedicht ‘Souvenir’ van Komrij.

Het huis waarin ik zo lang heb gewoond
Woont ook in mij. De fiere gevel die
Zich aan de straatkant scherp aftekent troont
Daarboven met dezelfde acribie.

Daarboven in mijn hoofd. De lange gangen
Vol schemering en half-gedoofde stappen
Doorsnijden hersenen en huis, behangen
Met kille doeken en met lampenkappen.

Het zolderraam dat oorverdovend beeft
Wanneer een vrachtauto passeert, ziet uit
Op een verlaten park. Erover zweeft
Het gruis van een oud feest, zonder geluid.

Het huis zien we staan, en dat het in de dichter zelf woont, is letterlijk verbeeld: het wortelt in Komrijs hoofd (en als je het zo opschrijft denk je dus al: het bestaat alleen op literair niveau). De gangen vol schemering en stappen zijn niet te zien, het zolderraam zit niet erg vast blijkbaar, het trilt van passerende vrachtauto’s, rechts. Het verlaten park op de achtergrond. En dan ‘het gruis van een oud feest,’ is dat die ballon? De schoenen? Achterberg zelf?

Ook Achterberg heeft een gedicht dat ‘Souvenir’ heet, maar dat lijkt met deze verbeelding niet veel te maken te hebben. We zullen nooit precies weten wat zich in de ‘lange gangen’ van het lege huis heeft afgespeeld.

Vervaardigd 1986
Techniek Olieverf op doek
Afmetingen 117 x 87,5 cm

Gerrit Komrij

door Theo Daamen (1939)

Dit portret ontstond in Portugal, waar Komrij aan zijn Hamlet-vertaling werkte en voortdurend door een Amsterdams toneelgezelschap werd gebeld. Hij had nauwelijks tijd om te poseren, maar wist wel precies hoe het moest worden. Hij poseert als ware hij de bleke jongeling van Piet Paaltjens in eigen persoon. De pose van het typische ‘ennui’, de verveelde romantische kunstenaar. Er moest een kat op schoot. Die had blijkbaar ook geen tijd, beschrijft Paul van Capelleveen in In zijn soort een mooi werk: ‘scheel van waakzaamheid, star van ongeduld. Een van zijn poten bungelt erbij alsof een ontsnappingspoging bijna gelukt is. ‘‘Je kat’’ poseert niet.’

Komrij deed zelf ook pogingen de kat te portretteren, in zijn vertaling van T.S. Eliots Old Possum’s Book of Practical Cats. Dit bundeltje was de basis voor de musical Cats, en zo kan het zijn dat de kat duizenden malen in Nederland bezongen werd:

Van Zonderen is een rooie kat, broodmager, met een tic; Je herkent hem vast en zeker aan zijn diepe holle blik. Veel denkrimpels vertoont zijn kop, zijn schedeldak puilt uit;

Zijn snor zit danig in de war, een stofnest is zijn huid.

Toen het schilderij af was (de kat bleef half onvoltooid), duurde het even voor het in het Literatuurmuseum terechtkwam. Oud-directeur Anton Korteweg herinnert zich: ‘Het museum kreeg het doek in 1987 cadeau van Uitgeverij De Arbeiderspers. Volgens Komrij die zelf het portret op een warme zomerdag onverwachts, een beetje giechelig, kwam afleveren, had Theo Sontrop van De Arbeiderspers het gekocht om het uit de begerige handen te houden van zijn concurrent, Bert Bakker, uitgever van Komrijs bijzonder succesvolle bloemlezing De Nederlandse poëzie van de negentiende en twintigste eeuw in duizend en enige gedichten. Het mocht daar vooral niet in de directiekamer komen te hangen. Bij ons was het veilig.’

Vervaardigd 2000
Techniek Acryl op linnen
Afmetingen 144 x 90,5 cm

Yvonne Keuls en Gerrit Komrij

door Ine Laurant (leefjaren onbekend)

Dit schilderij was voor het eerst in het openbaar te zien op de Stadsschouwburg, tijdens het Boekenbal van 2000. Het thema was ‘Lectori Salutem’, en er hingen gigantische portretten met schrijvers afgebeeld als antieke goden. Ine Laurent liet zich voor dit portret inspireren door het schilderij ‘Triomf van Zephyr en Flora’ uit 1735 van Tiepolo.

En, zoals dat elk jaar gaat, als het feest langzaam ten einde loopt, wordt het decor afgebroken, door de gasten wel te verstaan, die op die manier hun souvenirs kunnen meenemen. René Hollaers, boekhandelaar te Breda, zag niet op tegen een beetje sjouwen en nam het forse schilderij van Keuls en Komrij mee. Aan de nieuwssite Breda Vandaag vertelde hij hoe het verder ging: ‘Een paar maanden later werd ik gebeld door Yvonne Keuls zelf die had gehoord dat een boekhandel in het zuiden van Nederland dat schilderij had. Zij wilde het eigenlijk wel graag zelf hebben en dat mocht van mij. Toen ze het kwam ophalen, kreeg ik een grote doos Merci van haar.’ In 2019 bracht Keuls het dubbelportret naar het Literatuurmuseum, waar het nu in gezelschap verkeert van andere Boekenbal-portretten door Laurant, die van Maarten ’t Hart en Hugo Brandt Corstius.

Keuls is een van de populairste en meest gelezen schrijvers van Nederland. Ze werd geboren in toenmalig Nederlands-Indië en zit met haar werk altijd scherp op de tijdgeest: De moeder van David S. en Het verrotte leven van Floortje Bloem zijn klassiekers uit de vroege jaren tachtig, die de doemsfeer uit die tijd overtuigend neerzetten. Ze schreef ook over familieverhoudingen, oorlog, kindermisbruik: kortom, een geëngageerd schrijver, maar die nooit helemaal die literaire waardering kreeg van veel vakgenoten. Want waar Gerrit Komrij wel eens het Boekenweekessay schreef en Maarten ’t Hart het Boekenweekgeschenk, is die eer Keuls nooit ten deel gevallen.

Vervaardigd ongedateerd
Techniek Acryl op doek
Afmetingen 50 x 40 cm

Gerrit Komrij

door Peter Klashorst (1957)

Gerrit Komrij  was een literaire duizendpoot, iemand voor wie de literatuur een geraffineerde en verfijnde vorm van spel was. Dat blijkt al uit zijn vroege poëzie, die vernuftig is en bovendien blijk geeft van een enorme belezenheid. Maar een vrijblijvend spel was het niet – zo bleek uit Verwoest Arcadië (1980), een verhulde autobiografie over zijn jeugd- en studentenjaren en zijn ontluikende homoseksualiteit. Een zucht naar een onbedorven schoonheid kenmerkte zijn werk in alle genres die hij beoefende – en daarmee een hekel aan gemakzucht en lelijkheid, die hij aantrof in voorspelbare tv-programma’s, de moderne architectuur en de kunstwereld. Zijn bloemlezingen (uit de Nederlandse-, Aftrikaanse- en kinderpoëzie) lokten tegenspraak uit, maar maakten ook school.

Peter Klashorst is evenmin zonder controverse. Na zijn afstuderen in 1981 aan de Amsterdamse Rietveldacademie verwierf hij al snel bekendheid. Hij wordt met onder meer Rob Scholte tot de Nieuwe Wilden gerekend en in 1987 richtte hij het kunstenaarscollectief After Nature op, dat zich verzet tegen het abstract expressionisme. Keer op keer verraste Klashorst met een nieuwe schilderstijl en zijn deelname aan tv-programma’s, waaronder Schilderen in acryl met Peter Klashorst van Teleac/NOT. Hij was niet vies van commercie en op zeker moment was hij de portretschilder van ‘tout Amsterdam’. Op verzoek van zijn uitgever, en vriend, Mai Spijkers portretteerde hij diverse schrijvers, naast Komrij onder meer ook Tim Krabbé en Joost Zwagerman. In 2003 publiceerde Robert Vuijsje zijn geautoriseerde biografie, King Klashorst, en in 2011 verschenen zijn memoires, Kunstkannibaal. ‘Voor wie het nog niet wist: in het boek is de verhouding olieverf en sperma ongeveer één op één. Met dit boek lost Klashorst zijn collega Jan Cremer af, die een halve eeuw recordhouder was’, aldus HP De Tijd.

Vervaardigd 1979
Techniek Gouache en inkt op board en glas
Afmetingen 57 x 48 cm

Gerrit Komrij

door Hendrik Valk (1897-1986)

‘Hendrik Valk is een meester in de lineaire beknoptheid, schilderend tekenaar, die steeds opnieuw de onuitputtelijke rijkdom aan expressiemogelijkheden van de eenvoudigst mogelijke beeldmiddelen bewees’, schrijft Bas Roodnat in 1988 NRC Handelsblad over een Valk-expositie in Galerie Het Mondriaan Huis. In veel van Valks werk overheerst het witte vlak en weet de schilder met sobere lijnen en een enkele kleur de werkelijkheid verregaand te versimpelen. Hans Mulder stelt in 1982 in de Volkskrant dat Valk de realistische voorstelling tot op het bot afschraapt, waardoor een haarscherp beeld ontstaat. Ook in zijn portretten. ‘Je moet je model eigenlijk een beetje haten,’ schijnt Valk ooit gezegd te hebben over zijn manier van observeren. Maar met succes, want Mulder schrijft in zijn bespreking over Valk-tentoonstelling in Sonsbeek Galerij te Arnhem: ‘Al heeft de Arnhemse schilder de laatste jaren enige bekendheid gekregen, dat hij een van Nederlands beste portrettisten is, weten maar weinig mensen’.

Op beide exposities hangt dit portret van Gerrit Komrij. Valk portretteerde vaker beroemdheden, zo ook Simon Carmiggelt en Piet Mondriaan. De werken ontstonden spontaan en waren niet bedoeld als een reeks. Bij Valk gaat het slechts om ‘dat kereltje dat iets bijzonders heeft’, zo laat Mulder weten. Komrijs portret is een voorbeeld van Valks achter-glas-schilderkunst, zijn manier om diepte, een extra dimensie te creëren, waarbij de lichtinval van invloed is op de lijn, kleur en vorm.

In 2005 is het Frits Abrahams die voor NRC Handelsblad over een Valk-expositie in Museum voor Moderne Kunst in Arnhem schrijft. Zijn belangstelling voor de schilder, die hij een verfijnde realist noemt, werd enkele jaren daarvoor gewekt op een veiling in Amsterdam, ‘waar ik Cees Nooteboom voor een zacht prijsje enkele “Valkjes” zag kopen’. Abrahams conclusie is dat Valk een man is met een klein, maar overtuigend oeuvre.