Hans Plomp

(1944)
Recht voor zijn raap – en niet teveel literair gedoe, dat was de teneur van het Manifest van de jaren zeventig, dat Hans Plomp samen met  Peter Andriesse, Heere Heeresma en George Kool schreef. Ze hielden meer van de beats of van het dirty realism van Raymond Carver. Plomp maakte er wel vrienden mee – hij was actief in tegencultuur en provo – maar niet per se in de literatuur. Zelf schrijft Plomp gedichten, korte verhalen, essays, romans, kinderboeken en toneel
Vervaardigd 2000
Techniek Acryl op papier op paneel
Afmetingen 80 x 60 cm

Hans Plomp

door Toontje van der Hulst (1956)

Waarom Toontje van der Hulst Hans Plomp heeft geportretteerd? ‘Ik vond dat Hans een mooie kop had om te schilderen en het is een sympathieke man.’ Op het moment dat Van der Hulst dit portret in augustus van 2000 maakt, is de grafisch vormgeefster nog maar kort aan het schilderen. Ze kiest ervoor het portret te voorzien van sloophouten lijst, ‘passend, omdat Hans Plomp als vroege bewoner van Ruigoord zich heel erg heeft ingezet om Ruigoord te behouden.’

Om te voorkomen dat het nabij Amsterdam gelegen Ruigoord gesloopt zou worden, kraakten diverse kunstenaars onder aanvoering van Plomp en Gerben Hellinga in 1972 het dorp en wisten ze zo de afbraak van het dorp te voorkomen. Pas in 2001 werd duidelijk dat Ruigoord kon blijven bestaan. Tegenwoordig is het een bloeiende kunstenaarskolonie voor alternatieve kunst en cultuur. Plomp: ‘Een stad als Amsterdam heeft een plek nodig waar de “scharrelmens” kan bestaan. Met vrije uitloop’.

Groepen die zich aan de rand van de maatschappij bevinden, zoals krakers, psychiatrische patiënten en drugsverslaafden, komen veelvuldig voor in het werk van de schrijver, die zich laat inspireren door zijn diverse amoureuze uitspattingen en psychedelische ervaringen. Plomp is niet vies van de geestverruimende middelen en maakte – eveneens met Hellinga – in 1994 Uit Je Bol. Joost Zwagerman schreef over deze veel verkochte drugshandleiding: ‘Zonder een belerende toon, maar evenmin met de vaak loeiende geestdrift van de doorgewinterde cannabist of tripper ontzenuwen Hellinga en Plomp misverstanden over wiet, xtc, mushrooms en andere middelen.’

In 2017 verscheen de bundel Dit is de beste aller tijden; ‘geestverruimende poëzie voor de spelende mens. Een prikkelende bloemlezing uit 50 jaar dichtwerk, in de sfeer van provo en surrealisme’, aldus de nog altijd idealistischer schrijver.