J. Bernlef

(1937-2012)

Dichter, schrijver, vertaler en toneelschrijver Bernlef (ps. van Hendrik Jan Marsman) woonde een tijdlang in Zweden en had tot 1965 verschillende baantjes, onder meer bij een importeur in boeken, voordat hij fulltime schrijver werd. ‘Voor een roman moet je tevoren in enige mate iets plannen. Voor poëzie niet. Uitvindingen vinden bij mij plaats vanuit de poëzie, omdat een gedicht toch directer, schetsmatiger is. Poëzie is voor mij de kern van waaruit mijn andere werk zich heeft ontwikkeld.’

Vervaardigd 2012
Techniek Acryl op paneel
Afmetingen 40 x 30 cm

J. Bernlef

door Bernadet Boorsma (1961)

‘Dat kan niet missen, dat je die wil schilderen met zijn gegroefde gezicht. Wat een mooie kop,’ zegt portrettist Bernadet Boorsma over dichter-schrijver-criticus J. Bernlef.

J. Bernlef schreef een gigantisch oeuvre bij elkaar maar is nog steeds het meest bekend van zijn alzheimerroman Hersenschimmen uit 1984. De roman werd in vele talen vertaald en in 1988 verfilmd. De herinneringen van ik-verteller Maarten Klein verdwijnen, zijn taal schiet tekort en hij wordt een vreemde voor zichzelf. Dit maak je als lezer mee doordat Maarten gaandeweg in de afstandelijker hij-vorm begint te vertellen. Zelf weet hij niet wat er met hem aan de hand is. ‘Wat schuilt daar binnen in mijn lichaam toch dat het op mij gemunt heeft?’

Verval, fysieke en psychische achteruitgang fascineerden Bernlef. ‘Vergeten is onontbeerlijk om überhaupt te herinneren. Wat je als schrijver onder meer probeert, is om dingen die in het verleden hun glans hebben verloren, die terug te geven,’ zei hij ooit. Verlies, vergetelheid zijn dan ook telkens terugkerende motieven in zijn werk, zowel in zijn poëzie als in zijn proza. Hij is in de loop van zijn meer dan vijftigjarige schrijversloopbaan steeds kaler, karig haast gaan schrijven. Zijn voorliefde ging uit naar het korte verhaal en naar de poëzie.