Jacques de Haan

(1908-1982)

‘Het heeft aanslagen, oorlogen en brandstapels overwonnen, crises, verguizing, haat en onverschilligheid. Het is van dood papier en dode letters, maar het is gevaarlijk en onuitroeibaar, want over de dode regels waait ongrijpbaar het leven,’ Jacques den Haan (eigenlijk Izaak den Haan) had ontzag voor het boek, en hij hield van boeken. Aanvankelijk was hij boekhandelaar; na 1950 wijdde hij zich volkomen aan het schrijverschap.

Vervaardigd 1960
Techniek Olieverf op doek
Afmetingen 100 x 74 cm

Jacques den Haan

door Willem Schrofer (1898-1968)

‘Niemand komt ooit achter de gedachtewereld van “de normale mens” maar, slecht van inborst als ik van nature ben, ben ik ervan overtuigd dat als we daarin konden doordringen we op menig aardig stukje pornografie zouden stuiten.’

Essayist en columnist Jacques den Haan publiceerde in de jaren zestig en zeventig veelvuldig over erotiek, pornografie en literaire censuur, een bekende verzameling essays was zijn bundel De lagere hartstochten uit 1962.

Jarenlang was Den Haan boekverkoper geweest en zijn ervaringen verwerkte hij al in 1946 in het humoristische Talking shop: boutade van een boekverkooper – de ondertitel werd bij de tweede druk uitgebreid met ‘en beschrijvende diens zwarigheden, problemen en torturen, mitsgaders nuttige wenken en raadgevingen in zake het vinden van het juiste antwoord op netelige vragen, uit de practijk’. Er zouden nog vele bundels over het boekenbedrijf volgen.

Voor diverse kranten en tijdschriften – onder andere voor het internationaal georiënteerde Literair Paspoort – besprak hij voornamelijk Engelse en Amerikaanse literatuur. Hij droeg met zijn artikelen een steentje bij aan de Nederlandse doorbraak van James Joyce en Henry Miller.

In 1968 kreeg hij voor Een leven als een oordeel de essayprijs – toen nog  de ‘bijzondere prijs’ genoemd – van de Jan Campert-Stichting, die namens Den Haag literaire prijzen toekent. Mogelijk is hij ter gelegenheid daarvan vastgelegd door de bekende Haagse schilder Willem Schrofer. In een interview met Hans van Straten datzelfde jaar zei hij: ‘Ik ben ervan overtuigd dat wij, in ons land, een literatuur tot stand hebben gebracht, die oer-Nederlands realistisch is. En die als bijverschijnsel iets zurigs heeft. Dat is iets waar ze in het buitenland totaal niets van begrijpen.'