Jan Arends

(1925-1974)

Jan Arends hakte de taal in stukjes om zijn vrees voor de wereld zo kaal mogelijk over te brengen. Zijn leven was een aaneenschakeling van inrichtingen en klinieken, die voor hem minder vreemd waren dan de maatschappij. ‘Teplettervallen / is een goede dood’, schreef hij, en hij voegde de daad bij het woord op de dag dat zijn bundel Lunchpauzegedichten verscheen.

Vervaardigd 2009
Techniek Karton op doek met gemengde techniek bewerkt
Afmetingen 30 x 36 cm

Jan Arends

door Maurice Thomassen (1967)

Jan Arends was schrijver en dichter, en liet een klein maar indringend oeuvre na dat veel autobiografische elementen bevat. Zijn taal is uiterst sober, de toon kritisch en opstandig. Die efficiëntie ontleende hij aan zijn werk als copywriter voor reclamebureaus, de thematiek aan zijn leven: hij werd regelmatig opgenomen in psychiatrische inrichtingen.

Zijn beroemde verhaal ‘Keefman’ schreef hij tijdens zo’n opname. Het is een relaas in de vorm van brieven aan een behandelend psychiater, die steeds aangesproken wordt met Vriend, maar dat vergroot slechts Keefmans wantrouwen. Keefman is ervan overtuigd dat de dokter hem in een fabriek wil hebben, hij moet werkman worden, zijn leven lang petten dragen, zodat alles kan blijven zoals het is. Het verhaal eindigt in een paranoïde tirade tegen de ‘witte jas’.

Arends debuteerde in 1965 met Gedichten, zijn verhalenbundel Keefman volgde in 1972. Maurice Thomassen portretteerde hem in zijn ‘Speechless’-serie, ruim 30 kleine portretten uit de periode 2006-2013, gebaseerd op bestaande foto’s. Hij is geïnteresseerd in de mediaverschijning van schrijvers: ‘Hun persoonlijke verhaal of ‘‘schandaal’’ is vaak beter bekend bij het grote publiek dan hun werk.’ In Arends’ geval is dat zijn dood: de dag dat zijn bundel Lunchpauzegedichten verschijnt pleegt hij zelfmoord door uit het raam van zijn woning te springen.