J.H. Leopold

(1865-1925)

‘Ik wil gaan schuilen in mijn eigen woorden, onzichtbaar zijn in mijn verliefd gedicht,’ dichtte Jan Hendrik Leopold. Zijn impressionistische en symbolistische verzen, welluidende liedjes, Oosterse kwatrijnen en vertalingen en bewerkingen onttrokken zich aan dit zelfverkozen isolement en vonden een weg naar vele lezers en bewonderaars, onder wie Herman Gorter, M. Nijhoff en J.C. Bloem.

Vervaardigd 1886
Techniek Olieverf op doek
Afmetingen 49,5 x 34,5 cm

J.H. Leopold

door Martinus van Andringa (1864-1918)

In 1886, als dit portret van hem gemaakt wordt, studeert J.J. Leopold klassieke talen in Leiden. In 1892 promoveert hij cum laude en jarenlang is hij een enthousiast en inspirerend leraar klassieken, geliefd bij talentvolle leerlingen, zoals de latere dichteres Ida Gerhardt.

In 1893 debuteert hij met gedichten in De Nieuwe Gids en voor 1900 schrijft hij meestal reeksen of cycli. Beroemd zijn bijvoorbeeld de zes Christus-gedichten. In 1912 zorgt collega-dichter P.C. Boutens voor de uitgave van de bundel Verzen, overigens buiten Leopold om. In De Nieuwe Gids van januari 1915 verschijnt het lange verhalende gedicht Cheops, dat met Awater van M. Nijhoff tot de meest becommentarieerde gedichten uit ons taalgebied behoort. Leopold dicht vooral over de existentiële menselijke eenzaamheid, over de vaak pijnlijke omgang tussen de mensen. Geleidelijk aan worden zijn verzen berustender, stoïscher (hij is een groot bewonderaar van de wijsgeer Stoa). Zijn gedichten worden steeds sensitiever en melodieuzer van toon. Leopold is zich zijn leven lang blijven verdiepen in literatuur en filosofie: vooral het werk van Spinoza, van een aantal klassieke wijsgeren en Perzische dichters hebben zijn grote aandacht.

Dichters van zijn tijd hebben grote bewondering voor Leopolds verfijnde werk. Nijhoff draagt hem zelfs voor als kandidaat voor de Nobelprijs voor literatuur. ‘J.H. Leopold zal altijd de stille hoge meester blijven,’ zegt A. Roland Holst over de dichter die tijdens zijn leven al een legende was.

Het is raar te bedenken dat deze jongeman, die ons hier zelfverzekerd aankijkt en van wie bekend is dat hij zich modieus, zelfs enigszins wuft (met gele schoenen!) kleedde, zich aan het eind van zijn leven verbergt voor iedereen. Als hij over de Coolsingel in zijn woonplaats Rotterdam loopt, spreidt hij een krant wijd open voor zijn gezicht om niet herkend te worden.