Joost Zwagerman

(1963-2015)

Wie hem belde, kreeg vaak te horen: ‘Dit is het antwoordapparaat van Joost Zwagerman. Ik ben er niet. Ik schrijf.’ Zwagerman was naast een van de meest gelezen romanciers van Nederland ook dichter, columnist en essayist. Tevens schuilde er in hem, zoals hij eens werd getypeerd, een zendeling  die haast onstuitbaar enthousiast kon vertellen over wat hem beroerde en die met een geoefend en bewonderend oog en oor schrijft over collega-schrijvers, popmusici en beeldend kunstenaars.

Vervaardigd 1995
Techniek Acryl op doek
Afmetingen 50 x 40 cm

Joost Zwagerman

door Peter Klashorst (1957)

Joost Zwagerman behoort tot de dichtersbende van de Maximalen, die zich in de jaren tachtig fel opstellen tegen de in hun ogen bloedeloze poëzie die dan in zwang is, poëzie die verworden is tot het ‘kunstig figuurzagen van stillevens’, zoals Koos de Wilt het elders op deze site formuleert. Samen met  onder anderen F. Starik, Pieter Boskma en Koos Dalstra beklimt Zwagerman de poëziebarricaden. Ze combineren hun postmodernisme met zowel romantiek als populaire cultuur en muziek,  ze bezigen de taal van yuppen en hebben de bravoure van krakers. Geen ‘less is more’, maar ‘te veel is niet genoeg’. Ze vinden weerklank in de beeldende kunst, bij fotografen als Paul Blanca en schilders als Rob Scholte en Peter Klashorst, de maker van dit portret. 

In zijn roman Gimmick!, uit 1989, beschrijft Zwagerman haarscherp de tijdsgeest van die periode en het milieu waarin hij zich dan begeeft. De scene van de jonge hippe Amsterdamse kunstenaars die uit zijn op geld en succes, en een wild leven vol drank, dope en vrouwen leiden. Hoewel de kritiek verdeeld reageert – de Veronica-sound zou zijn entree hebben gemaakt in de Nederlandse literatuur – betekent Gimmick! Zwagermans grote doorbraak. Het coming-of-ageboek wordt meer dan 25 maal herdrukt.

Zwagermans fascinatie voor beeldende kunst en de moderne cultuur blijft. Hij schrijft essays over kunst, literatuur en popcultuur en in tv-programma’s een graag geziene gast die zijn visie geeft op tijdsverschijnselen en ontwikkelingen in de beeldende kunst. Op de dag na zijn zelfgekozen overlijden verschijnt De stilte van het licht, een bundel met essays over de verbeelding van de stilte in de kunst.