Maartje Wortel

(1982)

Toen De Groene Amsterdammer in 2019 aan Maartje Wortel vroeg te voorspellen wie er over honderd jaar nog gelezen zou worden, antwoordde ze nuchter ‘Niemand denk ik eigenlijk.’ Een korter zelfportret lijkt niet denkbaar, want deze onderkoeldheid typeert haar stijl, en juist omdat ze haar scherpe blik niet het oneindig verre in werpt, heeft haar werk iets onontkoombaars. Ze zou wel eens langer gelezen kunnen gaan worden dan ze nu denkt.

Vervaardigd 2012
Techniek Acryl op paneel
Afmetingen 40 x 30 cm

Maartje Wortel

door Bernadet Boorsma (1961)

Maartje Wortel werd weggestuurd van de school voor journalistiek omdat ze te veel verzon, en bij de Rietveld Academie omdat ze te ongeconcentreerd was. Met de verhalenbundel Dit is jouw huis uit 2009 won ze de Anton Wachterprijs voor het beste literaire debuut en haar roman IJstijd werd bekroond met de BNG Literatuurprijs. ‘In achteloze, kunstige streken, zet Wortel de psyche van haar personages feilloos neer,’ vond de jury.

Wortels stijl is droog, nuchter en beknopt, en dat is een mooi contrast met de merkwaardige dingen die in de verhalen gebeuren. Vanwege deze surrealistische neigingen, en ook vanwege de vele dolende zielen die  haar werk bevolken, is ze wel vergeleken met Haruki Murakami. En dat was nog voor ze de kat Dennie opvoerde, in Dennie is een star (2019), een roman die als volgt begint:

Op de Rietveld Academie kreeg ik les van Wim Brands. Tijdens een van de eerste lessen gaf hij ons een paar regels mee. Hij zei: Probeer niet te lachen, dat komt zo dom over. Hij zei ook: Je moet eerst weten hoe je moet sturen voor je uit de bocht vliegt. En hij zei: Schrijf nooit over je kat. Of over welke kat dan ook.

Ook in het werk van Murakami lopen veel mysterieuze en zelfs sprekende katten rond. Bij Wortel is Dennie de kat van Ted, een vrouw die een eredienst om haar ‘3D-god’ heen bouwt uit de behoefte om in iets te geloven. De kat is hier de rode draad en staat voor de niet-lineaire tijd: dat alles bestaat op hetzelfde moment. Zelf noemde ze haar roman in een interview een ‘ode aan ergens in geloven, of ergens je best voor willen doen’. 

Bernadet Boorsma zag het als een uitdaging een expressief schilderij te maken van ‘iemand zonder rimpels, een glad gezicht – en wat een mooie ogen’.