Margriet de Moor

(1941)
De roman Eerst grijs dan wit dan blauw uit 1991 betekent Margriet de Moors doorbraak, haar romans en verhalen worden veelvuldig vertaald en ook buiten Nederland is ze een grote naam. Beeldende kunst en muziek – De Moor is ook zangeres en pianist, en studeerde kunstgeschiedenis en archeologie – spelen in haar oeuvre een belangrijke rol. Een ander thema in haar werk is de onkenbaarheid van een ander, de psychologie, want ‘wat je wilt weten, vertoont zich niet met open vizier’.
Vervaardigd circa 1980
Techniek Olieverf op doek
Afmetingen 67 x 54 cm

Margriet de Moor

door Heppe de Moor (1938-1992)

Dit portret van Margriet de Moor is waarschijnlijk geschilderd toen ze in Drenthe woonden. Haar man Heppe de Moor schilderde niet heel vaak meer, was toen al vooral bezig met beeldhouwen. Hij zou opdrachten krijgen voor beelden in de openbare ruimte in heel Nederland. Ze waren in 1966 getrouwd en kregen twee dochters, Lara, die net als haar vader beeldend kunstenaar werd, en Marente, die zowel de AKO Literatuurprijs als de European Prize for Literature zou winnen voor haar roman De Nederlandse maagd uit 2010.

We zien hier een zomerse Margriet de Moor, ruim voordat ze in 1988 debuteerde met de verhalenbundel Op de rug gezien, waarvoor Heppe het omslag ontwierp. Het boek werd direct genomineerd voor de AKO-literatuurprijs en bekroond met het Gouden Ezelsoor voor het best verkochte debuut. Haar goudkoperen lokken, de positie van haar hoofd en haar serene blik doen denken aan de Geboorte van Venus van Botticelli of aan de vrouwen op zijn Primavera (Lente). Op de achtergrond zien we een dochtertje, niet specifiek Lara of Marente: om compositorische redenen koos de schilder voor één dochterfiguur waarin beiden gecombineerd werden.

‘Jarenlang had ik gedacht enkel een lezer te zijn, een lezer met een voorkeur voor zo dik mogelijke romans,’ schreef ze in Ik droom dus (1995) over deze eerste jaren van haar huwelijk. ‘Totdat op een dag dat lezen als het ware om een uitbreiding begon te vragen, om zijn andere ik, en ik in een stemming die ik niet anders kan omschrijven dan een combinatie van werklust en leegte in een ongebruikte kamer boven in het huis ging zitten.’