Maria van Daalen

(1950)

Maria Machelina de Rooij schrijft sinds eind jaren tachtig gedichten onder de naam Maria van Daalen. Ook is ze onvermoeibaar pleitbezorger van poëzie, in tijdschriften, op festivals, ook als redacteur. Ze is kenner van middeleeuwse hoofse lyriek en ook nog vodoupriesteres – iets wat niemand in deze Schrijversgalerij haar kan nazeggen.

Vervaardigd 2004
Techniek Gemengde technieken
Afmetingen 33 x 13 x 12 cm

Maria van Daalen

door Robin d’Arcy Shillcock (1953)

‘Daar zit ik, met steile rode kuif en met dat knalrooie bloesje aan, alles is rood & zwart. Het is net een heilige maar dan een beetje duivelachtig, hè’, zegt Maria van Daalen over haar portret, gevangen in een sigarenkistje. Robin d'Arcy Shillcock had kort tevoren in Moermansk ervaring opgedaan met het schilderen van gouden aureolen. ‘Alleen, omdat Robin mij wel kent, had hij er een “inverted” aureool van gemaakt.’ Maar wel met bladgoud. Onderaan voegde hij een minuscuul lakdoosje toe, met een handgeschreven gedicht van Van Daalen, met onder meer de regel ‘'Hoe open ik opnieuw mijn boek met vuur?'

Plezier en een beetje mysterie: het zijn elementen die in de poëzie van Van Daalen regelmatig terugkeren. Ze debuteerde in 1989 met Raveslag waarin de zoektocht naar contact voornamelijk een pijnlijke is: ‘dieper // verschuift de pijngrens ingehouden / tussen lippen en doorbijten.’ Maar dat zal in de loop van haar bundels niet zo blijven. Soft of sentimenteel zal Van Daalen nooit worden, maar er zijn in elk geval mogelijkheden om van liefde te proeven, al gaat dat niet zonder verrassingen: ’Wie kust in de zomer een mond vol honing, / eet een bij en spreekt: angel.’

Liefde, taal en lichamelijkheid zijn de thema’s die ze trouw blijft. De vormen worden strakker en traditioneler: Elektron, muon, tau bestaat uit sonnetten, in latere bundels keren ook vrijere vormen terug, en krijg je het gevoel dat liefde niet in pijn hoeft te eindigen, maar dat de mogelijkheden onbegrensd zijn, als je de juiste houding kunt aannemen: ‘Je bent onderweg. / En de weg is altijd bij je’. En de gedichten reizen mee, maar, waarschuwt de dichter terwijl ze ontroerd naar de muziek van Cowboy Junkies luistert: ‘Kunst is niet om te troosten, dat is tragiek’.