Olaf J. de Landell

(1911-1989)

De meest uiteenlopende zaken beoefende de schrijver Olaf J. de Landell (ps. van J.B. Wemmerslager van Sparwoude): hij danste, bokste, deed aan pantomime, sprak voor de radio, maar was ook goudsmid en bedacht spelletjes. Maar de meeste van deze was toch het schrijverschap. Hoorspelen en toneelstukken prijken op zijn palmares, en enkele romans over familie-intriges en magische krachten, waarbij hij zich door zijn jeugd op Java liet inspireren.

Vervaardigd 1957
Techniek Olieverf op doek
Afmetingen 115 x 97 cm

Olaf J. de Landell

door Gérard van Wijland (1912-1994)

‘Zoals velen die in Indië geboren zijn, onderscheidde ook Olaf J. de Landell zich door iets buitengewoons. Dat kwam bij hem nog sterker tot uitdrukking doordat hij in zijn leven te maken heeft gehad met wat men in navolging van Couperus ‘de stille kracht’ zou kunnen noemen’, aldus een levensbericht dat in 1990 in Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde over de Olaf J. de Landell verscheen. Die was in 1911 geboren als J.B. Wemmerslager van Sparwoude, een naam die hij weigert te gebruiken uit haat voor zijn vader. Zijn bijgelovigheid doet hem besluiten zijn uit 13 letters bestaande pseudoniem Olaf de Landell uit te breiden met een J.

In 1935 debuteert De Landell in 1935 met de roman Wij moderne menschen. Meer romans en novellen volgen, maar echt succes blijft uit tot in 1951 zijn inzending De porseleintafel wordt verkozen tot Boekweekgeschenk. Pas in 1966, een kleine 10 jaar nadat Gérard van Wijland dit schilderij van hem maakt, begint hij langzaam ook meer boeken te verkopen. Vooral bij dames vallen zijn vaak autobiografische romans waarin hij romantiek en vrolijkheid vermengt, in de smaak. ‘Literaire kwaliteit achtte de schrijver van minder belang dan amusement en ontroering’, zo vermeldt Oosthoek Lexicon Nederlandse & Vlaamse literatuur. Als een groot schrijver is De Landell dan ook nooit de boeken in gegaan.

Terecht? Sylvia Witteman beschrijft in 2019 in een column hoe ze De Landells porseleintriologie leest: ‘Het was nog fijner dan ik had durven hopen. Ik heb nu twee delen uit en ik ben verpletterd. Streekromans, ja, maar hóe!’ Ze besluit: ‘Als dit dameslectuur is, dan ben ik blij een dame te zijn’.