Victor E. van Vriesland

(1892-1974)

Zijn naam zegt nu vooral kenners nog veel – maar de eens zo spraakmakende dichter-letterkundige Victor Emanuel van Vriesland was bijna een halve eeuw een van de sleutelfiguren in de Nederlandse literatuur, misschien nog wel meer nog als regelneef dan met zijn eigen werk. Nog voor Hans Warren en Gerrit Komrij was hij een gezaghebbend bloemlezer: tot ver in de jaren zeventig was er geen zichzelf respecterende boekenkast zonder zijn Spiegel van de Nederlands(ch)e poëzie.

Vervaardigd 1953
Techniek Olieverf op doek
Afmetingen 71 x 61 cm

Victor E. van Vriesland

door Kees Verwey (1900-1995)

In 1953, het jaar dat Kees Verwey dit portret maakt van Victor E. van Vriesland, schrijft journalist en kunstkenner Pierre Janssen in Het Vrije Volk over de schilder dat die eigenlijk alles kan. ‘Hij heeft zoveel talent voor schilderen en tekenen, en hij heeft dat dat talent dermate geschoold en geoefend, dat hem op papier of linnen niets meer mislukt’. Volgens Janssen pakt Verwey met kordate kracht zijn onderwerpen aan en werkt hij zonder getreuzel. Kennelijk is voor Verwey de eerste aanleg de beste en vertroebelt een lang oponthoud bij een bepaald werkstuk de resultaten eerder dan dat het er beter van wordt. Janssen schrijft: ‘Dit doet Verwey als weinig anderen, dit bouwen en boetseren van de verf tot een prachtige huid, waarmee hij zijn kleur-effecten zwaarte en lichtreflexen bijzet’. Dat is te goed zien bij het portret dat Verwey van Godfried Bomans maakt en ook hij het portret dat Verwey van Victor van Vriesland werkt dit volgens Jansen als een kernachtige bevestiging van het uitgebeelde karakter.

De schilder heeft Van Vriesland afgebeeld met een boek in zijn hand; niet vreemd aangezien de schrijver bekend stond om zijn enorme belezenheid. Mede daarom kreeg hij de opdracht een bloemlezing uit de Nederlandse poëzie samen te stellen. De spiegel der Nederlandsche poëzie door alle eeuwen verscheen in 1939 en werd door de critici goed ontvangen. Lange tijd gold het als dé standaardbloemlezing uit de Nederlandse en Vlaamse dichtkunst en was het te vinden op tienduizenden boekenplanken. In het jaar waaruit dit portret stamt, kwam Van Vriesland met een tweede, aanvullende deel over de periode 1900-1940. In 1954 zou een derde deel volgen.

Vervaardigd 1972
Techniek Gouache en o.i. inkt op board
Afmetingen 63 x 45 cm

Victor E. van Vriesland

door Hendrik Valk (1897-1986)

Tachtig is Victor E. van Vriesland, wanneer Hendrik Valk dit portret van hem maakt. Ter gelegenheid van die mijlpaal verschijnt, bij wijze van testament, zijn laatste bundel Bijbedoelingen (heruitgebracht in 1975 uitgebreid met tien nagelaten gedichten).

Op het gymnasium – waar hij onder meer les had van Aegidius W. Timmerman en Adriaan J. Barnouw – raakte hij bevriend met M. Nijhoff. Bij kaarslicht en rode wijn drinkend spraken ze over kunst en literatuur, en lazen ze elkaar voor uit eigen werk. Van Vriesland verliet de school zonder diploma, waarop hij privéles kreeg van J.A. dèr Mouw. Hun band was hecht en de filosoof en dichter zou een grote invloed op hem hebben. Na Dèr Mouws dood verzorgde Van Vriesland diens verzamelde én nagelaten werk. 

In 1911 debuteerde Van Vriesland met enkele gedichten in De Nieuwe Gids. Publicaties in onder meer De Beweging en Groot Nederland volgden, maar het was pas in 1929 dat hij zijn – op aandringen van Jan Campert en andere vrienden – zijn eerste dichtbundel, Voorwaardelijk uitzicht, uitbracht. Drie jaar eerder daarvoor was al wel Het afscheid van de wereld in drie dagen verschenen, zijn eerste en ook enige roman.

Zijn lange literaire carrière leverde hem in 1958 de Constantijn Huygens-prijs op en in 1960 de P.C. Hooftprijs. Ook vielen hem vele hoge onderscheidingen ten deel, hij werd onder meer benoemd tot Officier in de orde van Leopold II, officier in de orde van Oranje Nassau, Ridder in het Legioen van Eer en Officier in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Vervaardigd 1967
Techniek Gouache op board
Afmetingen 44 x 37 cm

Victor E. van Vriesland

door Cor Detmar (1919-2004)

‘Victor hield van drinken en feesten, bijna evenveel als van werken’, schrijft Dirk Kroon in 1974 in een levensbericht over Victor E. van Vriesland. En gewerkt heeft Van Vriesland, zelfs al deed hij zich voor als een gentleman of leisure, drinkend, dinerend en met vrienden als A. Roland Holst en H. Marsman confererend over de literatuur.

De schrijver die opgroeide in een welgesteld joods koopmansgezin zag zijn gehele fortuin verloren gaan in de beurskrach van 1929, waarna hij genoodzaakt was in zijn eigen levensonderhoud te voorzien. Hij bleek van zijn pen te kunnen leven. Van Vriesland schreef gedichten, toneel en een roman, was een gezaghebbend criticus bij de Nieuwe Rotterdamsche Courant en andere bladen, leverde bijdragen voor o.a. Elsevier's Maandschrift en De Beweging, was redacteuren van onder meer het roemruchte tijdschrift Forum. Verder was hij jarenlang voorzitter van de Nederlandse en enige tijd president van de internationale PEN, adviseur van diverse uitgeverijen, voorzitter van vele commissies en lid van tientallen jury’s. Hij zat zelfs in een Miss Holland-jury. Sowieso was Van Vriesland een liefhebber van vrouwelijk schoon; hij trouwde viermaal en had nog vele meer en minder geheime liefdes. Als dit portret van hem wordt gemaakt, is Van Vriesland bij het grote publiek vooral bekend als het geestige en gevatte panellid van het populaire tv-programma Hou je aan je woord, waaraan ook Godfried Bomans, Harry Mulisch en Hella H. Haasse deelnamen. In het biografische Een stuk van mijn hart uit 1997 schetst Germaine Groenier, dochter van Van Vrieslands vierde vrouw, een beduidend minder joviaal beeld van haar stiefvader, die ze beschrijft als een alcoholist, excentriekeling en huistiran.