Willem de Mérode

(1887-1939)
Hij werd genoemd in een adem met die van J.C. Bloem, Geerten Gossaert en A. Roland Holst – en kan uiteenlopende figuren als S. Vestdijk en Willem Jan Otten tot zijn bewonderaars rekenen. Willem de Mérode (ps. van Willem Eduard Keuning) was uiterst productief en had in het interbellum een grote naam – ruim de helft van zijn gedichten verscheen postuum, maar de kringen van De Mérode-liefhebbers zijn wel gestaag kleiner geworden.
Vervaardigd 1936
Techniek Olieverf op paneel
Afmetingen 59 x 49 cm

Willem de Mérode

door Alfred Löb (1883-1959)

De calvinistische dichter Willem de Mérode, pseudoniem van Willem Eduard Keuning, heeft zelf voor Alfred Löb willen poseren, voor zijn 25-jarig jubileum als dichter. Maar het viel hem tegen.

‘Ik was een paar dagen in Den Haag,’ schrijft hij aan een vriend, ‘en, helaas, bijna zonder resultaat. De schilder praat eerst met zijn slachtoffers en gaat dan in zijn hoofd alles na, om na geruimen tijd pas te beginnen. Ik zal dus nog eens terug moeten komen, en dan duurt het 5 à 6 dagen. Het zal wel moeten, maar ik zie er erg tegen op. Het is te vermoeiend.’

Het portret kwam er. Löb was een bewonderaar van De Mérodes werk en het kostte hem moeite het innerlijk van de dichter weer te geven. Zijn hoofd was boers, zijn neus was nog het meest expressieve kenmerk, schrijft hij drie jaar later in zijn terugblik op de dichter. Hij typeert hem als ietwat mensenschuw. Maar dan opeens lukt het, als in een roes. ‘Het was alsof hij tijdens het poseren zijn gekweld innerlijk overwon,’ schrijft Löb, zich onbewust van wat de dichter werkelijk kwelde.

In zijn dagelijks leven was Keuning onderwijzer, totdat hij in 1924 veroordeeld werd tot acht maanden gevangenisstraf wegens seksueel contact met een minderjarige jongen. Hij werd voor drie jaar uit het ambt gezet, maar gaf ook later geen les meer. Na zijn vrijlating wijdde hij zich geheel aan het schrijven, waarbij hij probeerde ‘de tragedie van een onmogelijke liefde’ vorm te geven, aldus zijn biograaf Hans Werkman. Volgens hem schreef De Mérode ‘in de spanning van jongensliefde en een mystieke beleving van christelijk geloof.’ De dichter verliet de gereformeerde kerk, maar bleef gelovig.