; Kunst - The Tjong Khing - Literatuurmuseum - Literatuurmuseum

Kunst

Thé Tjong-Khing is een illustrator, geen kunstenaar. Laat dat duidelijk zijn. ‘Als kunstenaar word je geboren – dat ben je of je bent het niet. En ik ben het niet,’ stelt hij altijd. Zelf waagt hij zich niet aan vrij werk. Hij werkt in opdracht, en in gedachten kijkt het jonge publiek altijd over zijn schouder mee. Dat zit echt niet te wachten op ingewikkeld-doenerij, denkt hij. Liever stelt hij zich dienstbaar op. De tekst is leidend voor zijn illustraties en dat ervaart hij niet als beperking van zijn vrijheid. Waarom zou hij? ‘Je kunt een paard of een hert op zoveel verschillende manieren tekenen.’

Ontdek dit thema

Voor Thé is tekenen een ambacht, net als timmeren. Zijn opvatting daarover verschilt van die van collega’s die het illustratievak vrijer nemen. De beeldende kunst speelt wel een rol in zijn werk; het is zelfs een regelmatig terugkerend motief. Kunst inspireert hem, maar maakt ook nederig. ‘De veelzijdigheid van bijvoorbeeld Picasso en David Hockney, dat vind ik ongelooflijk. Ik ontdek nog altijd kunstwerken van hen die ik niet eerder heb gezien, maar word er soms ook depri van. Je vraagt je af waar je zelf eigenlijk mee bezig bent.’ Zijn favorieten wisselen met de tijd, op dit moment is Alice Neel een van de schilders die hem fascineert. ‘Neuzen, ogen, wangen, kaaklijnen, voorhoofden, alles staat schots en scheef en toch ben ik ervan overtuigd dat ze sprekend lijken. Haar portretten leven, het is alsof ik de mensen al eens ben tegengekomen. Ik vind dat razendknap.’

Uit Het woordenboek van Vos en Haas, Sylvia Vandenheede. Lannoo (2002)

Voor Thé is de beeldende kunst een eindeloze bron om uit te putten. Zijn visuele geheugen is sterk, soms tekent hij letterlijk na. Daarover doet hij niet moeilijk, want: ‘kunst is allemaal jatwerk. Je leent van alles en iedereen, gebruikt dingen die je ooit hebt gezien of geleerd. Niemand is origineel.’ Soms is de inspiratie minder uitgesproken. Dan kunnen Italiaanse fresco’s hem op het idee brengen om een gedempt kleurenpalet te gebruikte of herinnert Modigliani hem eraan dat verhoudingen niet altijd hoeven te kloppen. Van Rembrandt leert hij telkens weer dat het niet altijd logisch is, zoals het licht valt. ‘Dus doe ik het ook niet meer, het zorgvuldig van tevoren uitkienen hoe licht verstrooit.’

Thé schept er genoegen in om referenties aan schilderijen in zijn boeken te verstoppen. Zo staan in het hol van Vos en Haas achter de koelkast achteloos schilderijen van Andy Warhol en Gauguin verstopt. Hij maakte ooit een Vermeer en een Goya na, en liet Vos en Haas zwoegen op een korenveld van Brueghel, met hun zakdoeken zwaaien op het vlot van Géricault, en uitpuffen tijdens de picknick van Manet. Het zijn verwijzingen met een knipoog, die je als lezer niet hoeft te herkennen om het beeld te begrijpen. 

Het vlot van de Medusa, Théodore Géricault (1881)
Uit Het woordenboek van Vos en Haas
Le déjeuner sur l'herbe, Édouard Manet (1863)
Uit Het woordenboek van Vos en Haas

Meer zien?

In de galerij zijn alle beelden bij dit onderwerp verzameld.

Bekijk nu alle beelden

Verschillende malen wijdde hij zelfs een heel boek aan beeldende kunst. Het eerste was Sport met Snip en Snuitje (2002) waarin hij allerlei sporten verstopte in schilderijen van uiteenlopende kunstenaars. 

In de serie kinderkunstboeken van het Haagse Gemeentemuseum verscheen Nacht in het poppenhuis (2011) met tekst van Anna Woltz, waarin hij een achttiende-eeuws poppenhuis precies natekende en tot leven liet komen.

Uit Nacht in het poppenhuis, Anna Woltz. Leopold | Gemeentemuseum (2011)

Meer zien?

In de galerij zijn alle beelden bij dit onderwerp verzameld.

Bekijk nu alle beelden

In 2015 vroeg uitgeverij Lannoo hem om een kunstprentenboek als vervolg op de populaire Waar is de taart-serie. De decors in Kunst met taart ontleende Thé aan iconische schilderijen: ‘Ik wilde de dieren laten rennen door de moderne schilderkunst, van Wassily Kandinsky tot Co Westerik. De rode draad werd een kunstdiefstal door een boef in een klassiek streepjespak, die steeds weer weet te ontsnappen.’ Het bleek een puzzel om alle decors vloeiend te vervlechten. Het decor van De Schreeuw van Edvard Munch en dat van Gas van Edward Hopper zie je in verschillende doorkijkjes vanuit dezelfde ruimte; de dierenoptocht rent er in razende vaart langs. 

Een van de mooiste boeken uit Thé’s oeuvre is het prentenboek dat hij maakte ter gelegenheid van het Boschjaar 2016. Het begon wat stroef (‘ik had nooit wat met Bosch en ik zag niet zo snel een verhaal’), maar het onheilspellende van ‘den duvelmakere’ kreeg hem toch in zijn greep. In Bosch: het vreemde verhaal van Jeroen, zijn pet, zijn rugzak en de bal… (2015) heeft Thé Bosch’ duivelse figuren losgeweekt uit hun oorspronkelijke omgeving en er zijn eigen composities mee gemaakt. De verhaalstructuur met tekstloze panelen is hem eigen, maar de duistere magie van Bosch resoneert. Bosch’ unheimische sfeer past Thé als gegoten. 

Toon alle thema's