Paul
de Wispelaere

1967

Bijzondere-prijs
Paul de Wispelaere (1928-2016) kreeg de bijzondere prijs 1967 voor zijn essaybundel Met kritisch oog.

In de afgelopen jaren had De Wispelaere een vooraanstaande plaats verworven als criticus, en de jury roemde behalve zijn uitgebreide literaire en literatuurwetenschappelijke kennis ook ‘zijn vermogen tot scherpzinnig en nauwgezet formuleren, zijn indrukwekkende belezenheid en zijn persoonlijke inzet’. In zijn essays wil De Wispelaere een brug slaan ‘van de meer traditionele opvattingen van literatuur naar de nieuwere en nieuwste vormen en beschouwingswijzen’, door zorgvuldige analyses te maken van zowel literaire werken als van de ‘algemene problematiek’, vervolgde het rapport.  

 

Met kritisch oog is grotendeels aan deze onderwerpen gewijd, in het bijzonder het centrale deel, waarin hij het misverstand belicht dat, met name op het gebied van de hedendaagse roman, bij de lezer bestaat. Dit misverstand ligt in de veronderstelling, dat een roman de uitbeelding van de werkelijkheid zou zijn en het schrijven ervan niets anders dan het invullen van een van te voren bestaande conceptie, de reproductie van wat in het bewustzijn van de schrijver aanwezig is. Maar het leven in romans is niet hetzelfde als het leven tout court en de karakters uit de zogenaamde realistische romans behoren tot een andere orde van werkelijkheid als de levende mens. Paul de Wispelaere gebruikt daarvoor de treffende formule, dat de tekst niet ontstaat van een volheid uit, die leegloopt, maar van een leegte uit, die gevuld wordt. De zogenaamde realiteit in de roman is een illusie: de enige werkelijkheid ligt in de schrijfdaad zelf,’ aldus de jury. 

'De zogenaamde realiteit in de roman is een illusie: de enige werkelijkheid ligt in de schrijfdaad zelf,'

In de bundel vindt men ‘een mooi opstel in over Marsmans dualisme, een puur literair-historisch referaat over de Belg Michel Seuphor, een hele reeks opstellen over het problematische “ik” in de roman, enige kritieken over Vlaamse literatuur,’ schreef Alfred Kossmann in Het Volk. Hij omschreef de essays als ‘hoogst belangrijk en boeiend’. 

 

Cyrille Offermans schreef later over het schrijverschap van De Wispelaere dat het essentieel was ‘dat er geen duidelijke scheidslijn loopt tussen enerzijds het kritische en essayistische deel van zijn oeuvre, anderzijds het creatieve deel. Reflectie over literatuur kan het in zijn visie niet meer stellen zonder creativiteit en creativiteit niet meer zonder reflectie.’ (De Nederlandse en Vlaamse auteurs

 

Paul de Wispelaere debuteerde met de novelle Scherzando ma non troppo (1959), die werd gevolgd door de studies Victor J. Brunclair 1899-1944 (1960) en Hendrik Marsman (1961), en de romans Een eiland worden (1963) en Mijn levende schaduw (1965). Sinds 1965 schrijft hij kritieken voor Het Vaderland, en hij was redacteur van literaire tijdschriften De tafelronde, Diagram en Komma. Het Perzische tapijt (1966) was een eerdere bundeling, Met kritisch oog (1967) zou in 1971 nog de driejaarlijkse Prijs voor Kritiek ontvangen.  

Jury 

Van de jury maakten deel uit: Gerrit Borgers, Pierre H. Dubois, Gerrit Kamphuis, A. Mout en Adriaan van der Veen.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 2.500 gulden verbonden. De prijsuitreiking vond plaats op maandagavond 13 mei 1968 in het Haagse stadhuis.