Piet
Buijnsters

1974

Bijzondere-prijs
P.J. Buijnsters (1933) kreeg in 1974 een bijzondere prijs voor zijn biografie van Hieronymus van Alphen.

‘De biografie van Van Alphen is een moedige onderneming, omdat – afgezien van de vertedering die men zou kunnen voelen voor de eens populaire dichter van kinderpoëzie als Het gebroken glas, De pruimenboom, Het vrolijk leren en zoveel andere versjes – wij, zoals Buijnsters het zelf formuleert, “een natuurlijke weerstand moeten overwinnen om hem recht te doen”,’ schreef de jury. ‘In deze monografie is dat gedaan en wel met zoveel kracht van argumentatie, mede op grond van nieuw materiaal en nieuwe inzichten, dat men terecht heeft kunnen spreken van “de eerste volwaardige biografie van Van Alphen van hoog wetenschappelijk niveau”.’  

 

In Hieronymus van Alphen (1973) beschreef Buijnsters Van Alphen als literaire vernieuwer, maar hij belichtte ook diens ‘wereldvermijdende’ vroomheid en zijn hartstochtelijke orangistische overtuiging, schreef hij in de inleiding: ‘Van Alphen was echter niet alleen dichter. Hij bewoog zich met even veel gemak op juridisch, historisch, theologisch en wijsgerig terrein. Achter de schermen heeft hij op kerkelijk en politiek gebied een belangrijke rol gespeeld. Wie hem op zijn weg wil volgen wordt dus wel gedwongen om de grenzen van zijn eigen specialisme te overschrijden. Een eenzijdige accentuering van de literator kan onmogelijk de veelzijdige betekenis van Van Alphen in het licht stellen.’ 

‘Van Alphen was echter niet alleen dichter. Hij bewoog zich met even veel gemak op juridisch, historisch, theologisch en wijsgerig terrein.'

Het terrein van de achttiende-eeuwse literatuur was lange tijd verwaarloosd geweest in de Nederlandse letterkunde, stelde de jury, maar mede door de aanzienlijke inspanningen van dr. P.J. Buijnsters was hier verandering in gekomen. Na zijn dissertatie over Rhijnvis Feith (1963) wijdde hij essays en studies aan andere achttiende-eeuwse auteurs. In 1968 richtte hij de Werkgroep Achttiende Eeuw op, waarmee hij Nederland weer liet deelnemen aan de ‘intensieve bestudering en herwaardering op allerlei gebied van de Eeuw der Verlichting, die thans internationaal plaatsvindt’. 

 

‘Dit lijvige werk van meer dan 400 pagina’s is de eerste biografie geworden die recht gedaan heeft aan Van Alphens veelzijdigheid en waarin getracht is, de complete figuur tekenen,’ schreef G.W. Huygens in NRC

 

Voor Wam de Moor ging het verder dan een biografie, schreef hij in De Tijd. ‘Van Alphen wordt geheel geschetst tegen de achtergrond van zijn tijd, de schrijver laat hem enerzijds in zijn waarde, anderzijds confronteert hij ons denken over de dingen aan dat van de achttiende eeuw, niet alleen door het accent te leggen op identieke situaties, maar ook door gebeurtenissen uit Van Alphens tijd in termen van nu te vangen.’ 

 

P.J. Buijnsters is hoogleraar Boekwetenschap en Nederlandse letterkunde van de achttiende eeuw aan de Rijksuniversiteit Nijmegen. Hij publiceerde over Justus van Effen, Betje Wolff en Aagje Deken, en werd daarnaast bekend met zijn stukken over de antiquarische wereld. 

Jury 

Van de jury maakten deel uit: Gerrit Borgers, Pierre H. Dubois, Jacques den Haan, Gerrit Kamphuis en Harry Scholten.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 3.000 gulden verbonden. De uitreiking vond plaats op donderdagavond 19 december 1974 in het Haagse stadhuis. 

 

Credits portretfoto: Stef Verstraaten