Ivo
Michiels

1969

F. Bordewijk-prijs
Ivo Michiels (1923-2012) kreeg de F. Bordewijk-prijs 1969 (toen nog Vijverberg-prijs genoemd) voor Orchis militaris.

Orchis militaris (1968) was Michiels’ eerste publicatie na de roman Het boek Alfa, waarmee hij internationale bekendheid verwierf als prozavernieuwer. Er verschenen vertalingen in Duitsland en Frankrijk. De jury noemde Orchis militaris ‘een indrukwekkend werk van een ascetische gestrengheid in de middelen, dat in zijn puristische strakheid een model kan worden genoemd’.


‘De orchis militaris is een orchideeën-soort, die in de volksmond bekend staat als “soldaatje”. De symboliek is duidelijk: de bloem staat voor de schoonheid en de soldaat voor het geweld en de oorlog,’ aldus het juryrapport. ‘En dat is dan ook, met alle symbolische implicaties, de thematiek van het boek, met dien verstande, dat niet wordt gedoeld op de ethiek van de schoonheid van het geweld. (…) De kern van zijn boek, zou men wellicht kunnen zeggen, is, binnen een ervaringssituatie, die voor hem de meest beslissende en obsederende van zijn leven, is geweest, het besef van de onoplosbare tegenstrijdigheid van het gelijktijdige bewustzijn. De soldaat is in de oorlog iemand die zonder distantie de simultane realiteit van de oorlog op diverse manieren ondergaat. Hij oordeelt niet en het oordeel is voor hem zinloos, omdat het alleen buiten die situatie kan bestaan.


‘De wijze waarop Michiels erin geslaagd is dit bewustzijn, die ervaring over te dragen, de durf, waarmee hij de structuur van zijn boek uit de traditionele vormtaal heeft weten los te maken, zonder aan menselijkheid in te boeten, is een creatieve daad, die bewondering afdwingt door zijn doeltreffendheid en het niveau daarvan.’ 


Michiels eerste werken zijn nog traditioneel en geënt op autobiografische feiten, zoals de romans Het vonnis (1949) en Kruistocht der jongelingen (1951) en de novelle Zo, ga dan (1947). De Vlaamse Ivo Michiels was tijdens de Tweede Wereldoorlog in Duitsland als verpleger tewerkgesteld. Na de bevrijding had hij korte tijd in een Belgisch interneringscentrum gezeten.


In het Nieuw Vlaams Tijdschrift was Michiels als redactielid en schrijver pleitbezorger voor een nieuw soort proza, die ‘literaire synthesekunst’ moest zijn, zoals hij schreef in 1959. ‘De roman waarin de mens belangrijker is geworden dan het personage, die de intrige en de psychoanalyse prijsgeeft voor de situatie of de som van situaties, het document voor het absolute symbool; die raadsel wordt zoals alles wat existeert raadsel is, zijn grondeloosheid put uit een sterke irreële inmenging, zoals de realiteit zonder irrealiteit niet denkbaar is; rhapsodisch wordt, niet langer spiegel van leven maar leven zelf, niet langer mededeling maar directe schepping (…).’


Het afscheid (1957) was zijn eerste experimentele roman (bekroond met De Arkprijs van het Vrije Woord) en ook Journal Brut. Ikjes sprokkelen (1958) was in vorm een voorloper van Het boek Alfa en Orchis militaris. Michiels was tot 1957 redacteur voor het Antwerpse Handelsblad en was sinds 1966 docent filmanalyse aan het Hoger Rijksinstituut voor Toneel en Cultuurverspreiding in Brussel. 

 

Jury

Van de jury maakten deel uit: Gerrit Borgers, Pierre H. Dubois en Gerrit Kamphuis. Aan de prijs was een bedrag van 2.500 gulden verbonden. 

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 2.500 gulden verbonden. De prijsuitreiking vond plaats op donderdagavond 11 juni 1970 in het Haagse stadhuis, tegelijk met de laureaten van 1968. In 1968 was de Constantijn Huygens-prijs, de grootste van de Jan Campert-prijzen, niet toegekend. Dit was vermoedelijk de reden om in 1969 geen uitreiking te organiseren.