Maarten
’t Hart

1978

J. Greshoff-prijs
Maarten ’t Hart (1944) kreeg de tweejaarlijkse J. Greshoff-prijs 1978 voor De som van misverstanden, een essaybundel ‘die niet alleen een persoonlijke benadering van literatuur en een indrukwekkende belezenheid demonstreert, maar die ook de lezer aanspoort op eigen leesavontuur uit te gaan’, aldus de jury.

Maarten ’t Hart is een hartstochtelijk lezer, en hij leest met de visie van de bioloog-etholoog die hij is. ‘Waarschijnlijk nooit eerder is de “geritualiseerde agressie” in de dialogen van Anthony Trollope gesignaleerd. Een bioloog benadert “de wilde ganzen” van Selma Lagerlöf, de glimwormen van Thomas Hardy, de zeepokken van Dick Hillenius.’ In De som van misverstanden (1978) biedt hij zijn lezers een spoor dat zijzelf kunnen vervolgen, confronteert hen met raadsels in de literatuur en vraagt aandacht voor ten onrechte vergeten schrijvers als Theodor Fontane en Roger Martin du Gard. Het openingsstuk van De som van misverstanden is autobiografisch, ’t Hart vertelt hierin hoe hij tot lezen is gekomen.  

 

‘Een deugd in deze essays over boeken,’ schrijft Wam de Moor in het begeleidend essay, ‘vind ik dat de auteur in veel gevallen precies tekorten in het werk weet aan te wijzen (…) maar onverkort overeind houdt waarom hij toch geboeid is door de kwaliteiten.’ De Moor gaat in op de enorme essayistische productie van ’t Hart, die in 1977 alleen al voor NRC 71 bijdragen schreef over boeken, muziek, maar ook over o.a. ouderschap en ‘vragen de vrouw betreffende: Waarom kan zij niet schaken? Waarom maakt zij zich op?’ Met week-, maand- en literaire bladen erbij kwam je op 119 stukken niet-verhalend proza. ‘Wie hem vraagt waar hij de tijd vandaan haalt krijgt te horen, dat veel mensen tijd vermorsen met passieve aangelegenheden zoals televisie kijken of het bijwonen van sportwedstrijden, of dat ze laat opstaan, zich verliezen in wat heet menselijke contacten en te laat, beneveld gaan slapen.’ In 1977 verschenen daarnaast de verhalenbundel Mammoet op zondag en de novelle Laatste zomernacht.  

‘Een deugd in deze essays over boeken,’

‘Zeshonderd woorden leest hij per minuut en op sommige dagen gaan er vijf of zes boeken door. Lezen is voor ’t Hart uitzonderlijk belangrijk: zijn leven hangt er van af,’ schreef T. van Deel in Trouw. ‘Verbazing hoeft het dan ook niet te wekken dat in al zijn essays over literatuur de mate centraal staat waarin de besproken auteur iets van de werkelijkheid belicht, uitbeeldt of analyseert.’ 

 

Maarten ’t Hart debuteerde in 1971 met de roman Stenen voor een ransuil, toen nog onder het pseudoniem Martin Hart, dat hij ook gebruikte voor zijn studie Ratten (1973). ’t Harts verhalenbundel Het vrome volk (1974) werd bekroond met de Multatuliprijs. In september 1978 verscheen de succesroman Een vlucht regenwulpen. Eerdere essaybundels waren De kritische afstand en – met Midas Dekkers – Natuurlijke historie, beide in 1976.  

Jury

Van de jury maakten deel uit: Gerrit Borgers, Pierre H. Dubois, Jacques den Haan, Gerrit Kamphuis, André Matthijsse en Paul de Wispelaere.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 4.000 gulden verbonden. De uitreiking vond plaats op dinsdagavond 19 december 1978 in het Haagse stadhuis.