Renate
Rubinstein

1986

J. Greshoff-prijs
Renate Rubinstein (1929-1990) kreeg de tweejaarlijkse J. Greshoff-prijs 1986 voor Nee heb je. Notities over ziek zijn.

Als boek komt mijn leven mij nu chaotisch voor. In plaats van een plot waarin alles klopt, komt er een reeks onsamenhangende gebeurtenissen die geen bedoeling hebben. Als het een boek is, ben ik er een bijfiguur in geworden, als het een huis is, ben ik er een logee in. 

 

Rubinstein, sinds 1962 ook bekend van haar wekelijkse Tamar-column in Vrij Nederland, leed aan multiple sclerose. Na jaren van soms zomaar vallen kwam eindelijk de diagnose. Ze schreef – na negen jaar van zwijgen erover – een boek over de ziekte.  

 

‘Op één van de eerste bladzijden van Nee heb je schrijft Renate Rubinstein: “Je moet niet slachtoffer worden van een naam, een begrip, een idee dat de mensen hebben en dat je daarom zelf ook hebt. Je moet kijken naar wat er werkelijk is. Dat is mijn programma.” Het is niet verwonderlijk dat in meer dan één recensie van dit boek verwezen wordt naar deze zinnen,’ aldus de jury. ‘Zij geven immers exact aan wat Renate Rubinstein bij het schrijven van haar Notities over ziek zijn voor ogen heeft gestaan.’  

“Je moet niet slachtoffer worden van een naam, een begrip, een idee dat de mensen hebben en dat je daarom zelf ook hebt. Je moet kijken naar wat er werkelijk is. Dat is mijn programma.”

In al haar publicaties legt Rubinstein een ‘grote argwaan aan de dag voor gevestigde opinies, voor verblinde partijgangers, voor taalgebruik dat tot cliché is verstard, en in Nee heb je vallen schrijf- en levensprogramma samen,’ schreef de jury. ‘Er lijkt zich in haar leven schrijvenderwijs een perspectiefontwikkeling te hebben voorgedaan die tot het inzicht voerde dat aantasting van leven kan leiden tot een verhevigde vorm van leven.’ Ze schrijft indringend en strijdlustig, ‘zonder een zweem van ethische of literaire aanstellerij. Juist door die eigenschappen weet zij dat persoonlijk bevrijdende effect van Nee heb je op de lezer over te dragen’. 

 

‘Egocentrisch – Renate Rubinstein gebruikt het woord met enige uitdagendheid – het is het goede woord voor Rubinsteins schrijverschap: ze is een schrijfster die altijd van zichzelf getuigt,’ schrijft Diny Schouten in het begeleidend essay bij de prijs. 
 

Nee heb je (1985) ‘gaat over een bloedserieus onderwerp, maar er valt in de behandeling die Renate Rubinstein het geeft ook veel te lachen,’ schreef Hans Vervoort in NRC. Rubinstein schreef ‘een boek dat je “dapper” zou kunnen noemen, ware het niet dat het schrijversmechanisme er vanzelf voor zorgt dat je in zo’n verhaal kiest voor een minimum aan zelfbeklag. (…) Het is vooral een boek over fluiten in het donker, het verzamelen van moed om verder te gaan, plaatsbepaling als invalide die steeds invalider wordt (gewone mensen zijn miserable, de invalide is horrible). En nee, het is geen vrouwenziekte, ook geen lichamelijk gevolg van je psychische structuur en heeft ook niets te maken met jeugdtrauma’s. En je gaat er niet anders van denken en schrijven.’ 

 

Rubinstein schreef reisverhalen en boekbesprekingen voor Het Parool, NRC Handelsblad, Avenue, Hollands Weekblad, Hollands Maandblad, Tirade en Hollands Diep. Haar openhartige echtscheidingsboek Niets te verliezen en toch bang (1978) werd bekroond met de Multatuli-prijs. Van haar Tamar-columns verschenen vele, vaak herdrukte bundels.  

Jury 

Van de jury maakten deel uit: Harry Bekkering, Margaretha Ferguson, Han Foppe, Anton Korteweg, Harry Scholten, Jan van der Vegt, Paul de Wispelaere en Ad Zuiderent.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 5.000 gulden verbonden. De uitreiking vond plaats op vrijdagavond 12 december 1986 in het Haagse stadhuis. 

 

Credits portretfoto: Rob Bogaerts / Anefo / Nationaal Archief, CC0