M.
Reints

2000

J. Greshoff-prijs
Martin Reints (1950) kreeg de tweejaarlijkse J. Greshoff-prijs 2000 voor zijn essaybundel Nacht- en dagwerk.

Ik besta uit het bewustzijn dat ik deel uitmaak van mijn omgeving – en voor zover ik mijn omgeving ken, weet ik wie ik ben. Daardoor hebben in alle eeuwen dichters iets over zichzelf gezegd wanneer ze hun omgeving beschreven. Dat zie je in het Hooglied van Salomo, in de gedichten van Hadewijch, in het werk van Slauerhoff – allemaal poëzie waar landschaps- en natuurbeschrijvingen een beeld geven van het onwaarneembare innerlijk. Aan die traditie neemt iedere beschrijving deel, of de schrijver daar nu naar streeft of niet. 

 

In de essays in Nacht- en dagwerk (1998) geeft Reints plaatsbepalingen en ‘steevast [wordt] een ideëel tussengebied afgetast’, schreef Barber van de Pol in De Groene Amsterdammer. ‘Hij verkent de verschillen en overeenkomsten tussen wat je ziet en wat in je hoofd zit, tussen bewustzijn en onderbewuste, tussen het constateerbare en fictie, tussen poëzie en taal, tussen poëzie (moeder van de herinnering) en plan (die van de toekomst).’ Schrijvers die hij bespreekt zijn o.a. Nescio, Schierbeek, Faverey, Wallace Stevens, Constantijn Huygens.  

‘Keer op keer probeert hij de verhouding tussen het een en het ander te bepalen,'

Rob Schouten, schrijver van het begeleidend essay bij de prijs, signaleert in de essays in Nacht- en dagwerk Reints’ ‘enigszins boeddhistisch aandoende, maar dan toch beslist niet zo geformuleerde gedachte omtrent de samenhang van alles’. ‘Keer op keer probeert hij de verhouding tussen het een en het ander te bepalen (…) schijnbare tegenspraken worden naast elkaar uitgeprobeerd: Waar ze komt daar is ze brengt beweging en stilstand bij elkaar, Lichaam en ziel vertegenwoordigt op het meest primaire niveau een schijnbare dichotomie in de mens.’ Zijn beschouwingen liggen volgens Schouten in het verlengde hiervan. Hij typeert Reints, die in twintig jaar een bescheiden oeuvre bracht, als een ‘genoegschrijver’: ‘hij is spaarzaam en zijn werk vordert langzaam, maar van de overmatige zelfkritiek en moeizame creativiteit die zoiets suggereert merk je bij hem tenslotte weinig: integendeel, wát hij schrijft klinkt volstrekt natuurlijk en ongeforceerd.’ Waar deze bundel op het eerste gezicht een heterogene verzameling kan lijken, met stukken over poëzie, wijsgerige besognes, persoonlijke herinneringen en aforistische uitstapjes, geeft hij bij nader inzien juist blijk van een verrassende eenheid en samenhang, aldus Schouten, ‘omdat de man er achter zo’n opmerkelijke consistentie vertoont’. Net als in zijn poëzie ‘heerst er een misschien wel Zen-achtige rust’. 

 

Over Reints’ recenter verschenen derde dichtbundel schreef Hans Groenewegen in literair tijdschrift DWB: ‘Ik kan me voorstellen dat de poëzie van Martin Reints agressie oproept. Zij is zo onluid dat je, lezend, je eigen hartslag hoort en je eigen hersenen hoort ruisen. Dat geluid kan onverdraaglijk zijn voor wie wil zijn aangesloten op de puls van deze tijd.’  

 

Martin Reints publiceerde de dichtbundels Waar ze komt daar is ze (1981), Lichaam en ziel (1992, bekroond met de Herman Gorterprijs) en Tussen de gebeurtenissen (2000).  

Jury

De jury bestond uit: Harry Bekkering, Aukje Holtrop, Jos Joosten, Anton Korteweg, Janet Luis, Leonore van Prooijen, Helga Ruebsamen, Bart Vervaeck en Ad Zuiderent.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 5.000 euro verbonden. De feestelijke prijsuitreiking vond plaats op vrijdagavond 15 december 2000 in Den Haag. 

 

Credits portretfoto: Roeland Fossen