L.Th.
Lehmann

1964

Jan Campert-prijs
Louis Th. Lehmann (1920-2012) kreeg de Jan Campert-prijs 1964 voor zijn bundel Who’s who in Whatland.

‘Ongeveer een kwarteeuw na zijn debuut — “een wonderkind” noemde Vestdijk hem toen — heeft Louis Th. Lehmann met de Jan Campertprijs zijn eerste officiële bekroning als dichter gekregen,’ schreef het Algemeen Dagblad. Zelf noemde Lehmann zich ‘meester in de rechten zonder baan, of werkloze archeoloog’, in een interview met de krant.

 

‘De dichter en prozaïst L.Th. Lehmann was reeds op jeugdige leeftijd in de Nederlandse letteren een markante figuur, door zijn verrassend debuut kort voor de oorlog, met twee bundels poëzie in één maand,’ aldus de jury. Het was lang stil geweest, maar met Een steen voor Hermes (1962) en Who's who in Whatland (1963) kwam Lehmann tot ‘een nieuwe creativiteit’. ‘Lezende in zijn laatstgenoemde dichtbundel wordt men geconfronteerd met zijn op grote intellectuele capaciteiten stoelend zelfbewustzijn, met zijn dichterlijke en beeldende potentie en met de bijzondere manier, waarop hij, ondanks negativisme, bij het leven betrokken is.’ 

 

In 1940 publiceerde L.Th. Lehmann de bundels Dag- en nachtlawaai en Subjectieve reportage en in 1944 onder een schuilnaam Het verbreken. Hij was medewerker van het surrealistische en dadaïstische tijdschrift De Schone Zakdoek (1941-1944, clandestien, onder redactie van Theo van Baaren en Gertrude Pape). Na de oorlog studeerde Lehmann rechten in Leiden en publiceerde hij alleen nog in het blad van het studentencorps. Wel verschenen in 1947 bij uitgever A.A.M Stols zijn Verzamelde gedichten. Na een lang zwijgen volgden in 1955 de kleine dichtbundel Echolood en de roman De pauwenhoedster. 

 

Het merendeel van de gedichten in Who's who in Whatland is autobiografisch, vertelde de dichter. ‘Daarom ook de titel, die zomaar een grapje is, ook al hebben sommige critici er allerlei diepzinnigs achter gezocht. U weet, dat Who’s who in verschillende landen het boek is met namen en biografische gegevens van vooraanstaande lieden. Welnu, in mijn gedichten staan, zonder namen en plaatsen, degenen die in mijn leven notabel zijn geweest.’ 

 

Uit de bundel ‘spreekt een nuchter medemens tot ons’, schreef de jury. ‘Maar – en hier ligt het bijzondere van dit talent – ondanks deze nuchterheid blijkt Lehmann in staat zeer alledaagse dingen tot poëzie te transformeren. Dichterlijk, ernstig zonder zwaartillend te zijn met een persoonlijke en dadelijk herkenbare wijze van benadering, zo rijst deze dichter uit zijn werk op.’  

Jury

Van de jury maakten deel uit: Bert Bakker, Pierre H. Dubois, Gerrit Kamphuis en A. Mout.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 2.000 gulden verbonden. De prijsuitreiking vond plaats op maandagavond 21 december 1964 in het Haagse stadhuis.