Jozef
Eyckmans

1967

Jan Campert-prijs
Jozef Eyckmans (1907-1996) kreeg de Jan Campert-prijs 1967 voor zijn bundel Zonder dansmeester.

‘De dichter Jozef Eyckmans is een afzijdige en een bezetene,’ schreef de jury. ‘Bezeten van de poëzie, die voor hem letterlijk alles is, heeft hij zich naast, maar niet los van de bestaande stromingen in onze moderne dichtkunst, ontwikkeld tot een in vele opzichten uitzonderlijke figuur.’ In Eyckmans vierde bundel Zonder dansmeester (1967) was ‘zowel de visie als de techniek van deze poëzie ten volle tot ontwikkeling’ gekomen.

 

Eyckmans was achtenveertig toen hij debuteerde met de bundel Bij mijn leven nog (1955). Hij had piano gestudeerd aan het Haagse conservatorium en gaf pianoles tot hij in 1957 ziek werd. In 1961 verschenen twee bundels: Intrek bij oktober en Om wat er van over is. Zonder dansmeester verscheen ter gelegenheid van zijn 60ste verjaardag bij Nijgh & Van Ditmar. 

‘De dichter Jozef Eyckmans is een afzijdige en een bezetene,’ 

Grondthema is volgens de jury ‘de spanning tussen de kwetsbare mens en de onherbergzame, onkenbare buitenwereld. Deze polariteit keert in talloze variaties, zoals natuur tegenover techniek, verleden tegenover toekomst en land tegenover stad, terug.’ ‘Eyckmans’ poëzie levert (…) geen commentaar op het leven, maar is zelf een wijze van leven en een gelijktijdige registratie daarvan. (…) Het gaat in deze gedichten om de beleving in taal van de relatie, de confrontatie, waarbij de tegengestelde polen juist zo veel mogelijk intact gelaten dienen te worden. Zo gebruikt b.v. Eyckmans zijn poëzie ook niet om de kwetsbaarheid en gevoeligheid van de dichter te uiten, maar de gevoeligheid wordt gebruikt om de poëzie tot zelfstandig leven te brengen. (…) Ook de andere pool, de buitenwereld, wordt met zijn dreiging, verlokking en onsamenhangendheid als gegeven aanvaard en nergens geattaqueerd noch geïdealiseerd. Juist hierdoor schept de dichter zich de mogelijkheid om binnen zijn gedichten, zoals hij zegt, “een bruikbare overkant” te bereiken.’ 

 

Dagblad De Tijd schreef dat burgemeester Kolschoten de dichter tijdens de uitreiking typeerde als iemand die zich altijd ver had gehouden van het literaire strijdrumoer. ‘Van zijn poëzie zegt de jury dat zij op het eerste gezicht zeer ontoegankelijk lijkt, alleen bestemd voor luisteraars met stereo-oren, maar dat wanneer men zich er moeite voor geeft de beelden verrassend concreet blijken te zijn.’ 

Jury

Van de jury maakten deel uit: Gerrit Borgers, Pierre H. Dubois, Gerrit Kamphuis, A. Mout en Adriaan van der Veen.


Uitreiking 

Aan de prijs was een bedrag van 2.500 gulden verbonden. De prijsuitreiking vond plaats op maandagavond 13 mei 1968 in het Haagse stadhuis

 

Credits portretfoto: Nico Naeff / Nederlands Fotomuseum