Hans
Andreus

1970

Jan Campert-prijs
Hans Andreus (1926-1977) kreeg de Jan Campert-prijs 1970 voor Natuurgedichten en andere.

Hans Andreus ‘mag als weinige anderen van zijn generatie een experimenteel dichter genoemd worden: zo veelzijdig is de benadering van zijn thematiek en zo vol afwisseling is zijn vormgeving daarvan’, aldus de jury. ‘Men kan Andreus de dichter noemen van licht en liefde, maar even typerend voor zijn dichterschap is de variatie waarin deze sleutelbegrippen in zijn poëzie optreden. Hij heeft de essentie ervan speels proberen te vangen – bijvoorbeeld in zijn debuutbundel Muziek voor kijkdieren van 1951 –, hij heeft ze meditatief benaderd – in de bundel Schilderkunst van 1954 –, hij heeft gepoogd ze in de strakke vorm van een sonnet te achterhalen – in De sonnetten van de kleine waanzin bijvoorbeeld van 1957 –, hij heeft in harder en verbetener toonaarden dan in vroegere jaren in later werk getuigenis afgelegd van de onmacht om licht en liefde heelhuids op aarde te brengen. 

 

De bundel Natuurgedichten en andere past in het kader van een experimenterend dichterschap. Zij bevat natuurpoëzie, in die ruime zin althans, dat er een aantal gedichten in staat, die gaan over wat groeit en bloeit en altijd weer doodgaat: bomen, dieren, mensen in het algemeen, en Hans Andreus in het bijzonder.’ 

 

‘Hij is niet alleen een dichter van wisselende stijlvormen, maar ook van wisselende stemmingen,’ schreef Jan van der Vegt over Andreus’ oeuvre in Ons Erfdeel. ‘Naast de ernst van zelfonderzoek vinden we bij hem een speels omgaan met de taal en een vaak wat melancholieke humor.’ Na de experimentelere bundels zag Van der Vegt Natuurgedichten als een bundel van inkeer. ‘Niet de natuurervaring als zodanig staat centraal, maar de relatie die de dichter voelt tussen eigen stemmingen en de natuur. Zo is de natuur dekor, soms verhevigd tot symbool. Dat het stugge landschap van de zandgronden, boers, eenkennig en versomberd, Andreus’ voorkeur heeft, is symptomatisch voor de innerlijke krisis die uit deze bundel naar voren komt.’ 

 

Behalve een groot aantal dichtbundels schreef Andreus proza (waaronder twee romans), hoorspelen en kinderboeken. Hij werkte samen met Vijftigers als Remco Campert, Hugo Claus, Lucebert en Simon Vinkenoog.  

Jury

Van de jury maakten deel uit: Gerrit Borgers, Pierre H. Dubois, Gerrit Kamphuis en Harry Scholten. Aan de prijs was een bedrag van 3.000 gulden verbonden. 

 

Uitreiking

De uitreiking vond plaats op vrijdagavond 12 februari 1971 in het Haagse stadhuis. Hans Andreus kon wegens ziekte niet aanwezig zijn.  

 

Credits portretfoto: Cor Stutvoet