Eddy
van Vliet

1975

Jan Campert-prijs
Eddy van Vliet (1942-2002) kreeg de Jan Campert-prijs 1975 voor Het grote verdriet. Gedichten 1971-1974.

‘Persoonlijker dan het grote medelijden dat hij eerst in zijn werk uitsprak, maar dat het gevaar in zich droeg zichzelf buiten schot te houden, is het “grote verdriet”,’ aldus de jury. ‘De in zes afdelingen onderverdeelde bundel bevat gedichten, waarin woorden als Afscheid, Sterfelijkheid, de Onoverbrugbare Zee en het Vijfde Seizoen met dreigende hoofdletters worden gebruikt. Ook is een tweetal poëtische brieven aan vrienden opgenomen, met trefwoorden als “de verwijdering, het verwijt, het verraad”. En het sterkst zijn ongetwijfeld de liefdesgedichten, uiteraard met dezelfde ondertoon, die in hun combinatie van tastbare lichamelijkheid en uiterste gevoeligheid een door volledigheid overrompelend beeld oproepen, zowel van de gewenste toenadering als van de onvermijdelijke verwijdering.’ Ook technisch zag de jury een vernieuwing: ‘hij [hanteert] de taal in deze bundel met veel grotere vrijheid en zekerheid om er zijn groeiend gemis aan vrijheid en zekerheid mee onder woorden te brengen’. 

 

De Antwerpse advocaat Eddy van Vliet was volgens de jury een van de meest op zichzelf staande dichters uit de generatie na 1960. Van begin af waren kwetsbaarheid en betrokkenheid de hoofdthema’s in zijn poëzie, die wel tot de bekentenislyriek wordt gerekend.  

‘hij [hanteert] de taal in deze bundel met veel grotere vrijheid en zekerheid om er zijn groeiend gemis aan vrijheid en zekerheid mee onder woorden te brengen’

Hij publiceerde zijn eerste gedichten in de Vlaamse literaire tijdschriften Kentering, De Nieuwe Stem en het Nieuw Vlaams Tijdschrift. Zijn debuutbundel Het lied van ik verscheen in 1964. De bundel Duel (1967) werd bekroond met de Reina Prinsen Geerligs-prijs. In een interview in de Volkskrant verklaarde hij de titel: ‘Het is een duel met mijzelf. Je ziet vanaf de eerste cyclus, “Dijkbreuk”, de pessimistische levenshouding opgroeien tot de laatste, “Overwinningslied”, waarin de strijd wordt beslecht. (…) Je moet jezelf dwingen, hè... ’t Is wel rot én zinloos en zo, maar we zoeken om er iets van te maken. (…) Ik ben geobsedeerd door het woord. Ik leg het woord op de pijnbank.’ Voor Columbus tevergeefs (1969) kreeg hij de Arkprijs van het Vrije Woord.  

 

Met zijn verzamelbundel De vierschaar (1973) sloot Van Vliet zijn eerste dichtersperiode af, zo leek het. De jury zag in Het grote verdriet (1974) een kentering: alsof met het besef dat de dichter als maatschappijhervormer machteloos is, ruimte kwam vanuit de eigen kwetsbaarheid te spreken.  

Jury 

Van de jury maakten deel uit: Gerrit Borgers, Pierre H. Dubois, Jacques den Haan, Gerrit Kamphuis, Harry Scholten en Paul de Wispelaere.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 3.000 gulden verbonden. De uitreiking vond plaats op vrijdagavond 19 december 1975 in het Haagse stadhuis. 

 

Credits portretfoto: Ben Wolson / Literatuurmuseum