Ad
Zuiderent

1984

Jan Campert-prijs
Ad Zuiderent (1944) kreeg de Jan Campert-prijs 1984 voor de bundel Natuurlijk evenwicht.

Elk voorjaar brengt een sterker evenwicht: 

geen woord hoeft straks de tijden meer te doden. 

Al zesendertig winters vries ik dicht; 

ik moest de knoppen maar eens na gaan lopen. 

 

Natuurlijk evenwicht (1983) is ‘behalve als een systeem waarin alles op alles betrekking heeft, te lezen als een buitengewoon geslaagde en in elk opzicht volwassen poging om in het midden van het leven het evenwicht te vinden. Il faut cultiver son jardin, vond Voltaires Candide. Zelden heeft een dichter dat met meer vrucht gedaan,’ aldus de jury.  

 

Ad Zuiderent debuteerde in 1968 met de bundel Met de apocalyptische mocassinsvan Michel de Nostredame op reis door Nederland, ‘waarin de dood en verderf zaaiende kracht van de elementen breed werd uitgemeten’, zoals de jury schreef. De bundel had de Watersnood van 1953 tot thema, die Zuiderent als kind had meegemaakt in het Zuid-Hollandse ’s-Gravendeel. In 1983 stelde hij ook een bloemlezing samen: 1 Februari 1953. Stormramp en watersnood nagewerkt in gedichten, verhalen en toneeltekst.

 

‘In zijn vierde, met Opperlands-achtig vernuft gecomponeerde, bundel treffen we dan wel geen apocalyptische watersnoodrampen meer aan, maar is de dood nog wel degelijk aanwezig, zij het in huiselijker gedaante van een merels en campanula’s vernielende kat. Ook de elementen spelen nog een belangrijke rol, met name water en aarde. De wateren zijn weliswaar tot een bescheiden vijvertje teruggebracht en de aarde is tot een stadstuintje of een vaas fluitekruid herleid, maar de elementaire oorsprong van deze cultures blijft gesuggereerd en is in een aantal gedichten ook expliciet verwoord. Daardoor, en door de bedwongen emotionele kracht die zich in zijn poëzie laat vermoeden, stijgt Zuiderent ver uit boven de anekdotiek van het klein geluk en ongeluk. Zijn dichterlijk tuintje van zes bij acht is een kosmos van grote gevoelens, die niet gemakkelijk, en zeker niet op een gemakkelijke manier, worden prijsgegeven. “Ik weet hoeveel ik heb verborgen”, schrijft hij, uitgerekend vrijwel in het midden van de concentrische compositie van zijn wereld.’ 

‘Door de bedwongen emotionele kracht die zich in zijn poëzie laat vermoeden, stijgt Zuiderent ver uit boven de anekdotiek van het klein geluk en ongeluk’ 

In Geheugen voor landschap (1979) hadden de ‘breed uitgesponnen cycli met hun mythische inslag’ van de eerste twee bundels plaatsgemaakt voor ‘heldere concieze gedichten over alledaagse onderwerpen’, schreef Peter de Boer in Bzzlletin. ‘In Natuurlijk evenwicht trekt [hij] deze lijn door en ontpopt hij zich tot de kampioen van de nuchtere bevlogenheid.’

 

Ad Zuiderent was van 1968 tot 1976 prozarecensent voor Trouw en sinds 1980 poëzierecensent voor weekblad De Tijd. Hij werkte bij de vakgroep moderne Nederlandse letterkunde aan de VU in Amsterdam en was redactielid voor het Kritisch Lexicon van de Nederlandstalige Literatuur na 1945.  

Jury

Van de jury maakten deel uit: Harry Bekkering, Margaretha Ferguson, Han Foppe, Anton Korteweg, André Matthijsse, Harry Scholten en Paul de Wispelaere.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 4.500 gulden verbonden. De uitreiking vond plaats op vrijdagavond 21 december 1984 in het Haagse stadhuis.