Ted
van Lieshout

2001

Nienke van Hichtum-prijs
Lieshout (1985) heeft de tweejaarlijkse Nienke van Hichtum-prijs 2001 gekregen voor zijn dichtbundel Zeer kleine liefde.

‘Van Lieshout schrijft openhartig en ingetogen, intiem en afstandelijk, monter en ontroerend over een onmogelijke liefde, die toch heeft bestaan, ooit, even maar,’ schreef de jury. ‘Hij maakt duidelijk dat het soms heel goed is om een geheim te delen.’  

 

Zeer kleine liefde (1999) is een verslag in gedichten, brieven en foto’s van de relatie die hij als twaalfjarige jongen had met een volwassen man. De bundel is ‘inhoudelijk, vormtechnisch én emotioneel grensverleggend’, schreef Joke Linders in het begeleidend essay. ‘Niet eerder in de literatuur werden de emotionele kanten van het kind in een pedofiele relatie zo genuanceerd neergezet.’ Uiteraard heeft Van Lieshout oog voor de gevaren van de scheve machtsverhouding, maar hij legt de nadruk ‘op de warmte en de geborgenheid die de jongen voelde’. Opvallend is dat Van Lieshout ‘zijn meneer’ niets hoeft te vergeven: ‘Hij is zijn vroegere vriend trouw gebleven, omdat hij trouw wilde zijn aan het kind dat hij was en zich getroost voelde door de aandacht die hij van hem kreeg.’  

‘Hij maakt duidelijk dat het soms heel goed is om een geheim te delen.’

In de bundel nam Van Lieshout bewerkte brieven van ‘zijn meneer’ op waarin deze om vergiffenis vraagt, en het antwoord dat hijzelf als volwassene schreef. Zo ‘vormen de brieven een contrapunt voor de gedichten waarin de emotionele beleving overheerst’, en tonen ze ‘zowel het proces van verwerken als de ongelijkwaardigheid’. Door het geheel te omlijsten met foto’s uit zijn jeugd snijdt Van Lieshout het onderwerp aan in verschillende genres: ‘drie maal gewaagd, drie maal grensverleggend en drie maal geslaagd’, aldus Linders.  

 

Met de bundel bevond Van Lieshout zich midden in het debat: ‘Hier is een kind aan het woord dat de pedofiele contacten min of meer koestert, waarmee de gedichten een plotselinge plek in de actuele discussie krijgen,’ schreef Bregje Boonstra in De Groene Amsterdammer. ‘Er is verwarring, schaamte en liefde – ‘Een groter man was nooit. In kinderogen kan niemand groter zijn dan wie van je houdt’ – en er is hartverscheurende solidariteit.’  

 

Van Lieshouts genuanceerde blik op de relatie én de geheimhouding van de identiteit van ‘zijn meneer’ veroorzaakten ophef, maar critici waardeerden Zeer kleine liefde om het thema en de heldere taal. ‘Wat Van Lieshout heeft geschreven is pure, schitterende poëzie, waarin hij op zuivere toon de grootste liefde uit zijn leven bezingt. Een liefde met scherpe kanten’, schreef de Volkskrant

 

Ted van Lieshout is schrijver, dichter en tekenaar. Hij begon zijn carrière als illustrator van kinderboeken, en debuteerde met de jeugdroman Raafs reizend theater (1986) en de kindergedichtenbundel Van verdriet kun je grappige hoedjes vouwen (1986, Vlag en Wimpel). In 1989 ontving hij het Charlotte Köhler Stipendium. Hij schreef meer dan twintig boeken, met hoogtepunten als de dichtbundel Mijn botjes zijn bekleed met deftig vel (1991, Zilveren Griffel), en de jeugdroman Gebr. (1996, Zilveren Zoen). 

Jury

De jury bestond uit: Harry Bekkering, Aukje Holtrop, Jos Joosten, Anton Korteweg, Janet Luis, Leonore van Prooijen, Helga Ruebsamen en Bart Vervaeck.

 

Uitreiking

Aan de prijs was een bedrag van 5.000 gulden verbonden. De prijsuitreiking vond plaats op vrijdag 14 december 2001 in Den Haag, tijdens een driedaags Gerard Reve-symposium in het museum. 

 

Credits portretfoto: Ben Kleyn