Zoeken

Aarnout Drost

(1810-1834)

24 jaar liep hij rond op deze wereld – en het valt hem dan ook niet aan te rekenen dat hij geen onuitwisbare indruk heeft gemaakt: dichter en prozaschrijver Aarnout Drost. Hij was al vroeg geïnteresseerd in de romantiek, ongewoon voor een Nederlandse dichter. Hij vertaalde enkele kinderboeken uit het Duits en onder invloed van de Engelse schrijver Walter Scott publiceerde hij in 1832 anoniem een van Nederlands eerste historische romans, Hermingard van de Eikenterpen.

De afbeelding toont een kunstzinnig portret van Aarnout Drost . Gemaakt door:  Petrus Kiers
Vervaardigd 1835
Techniek Olieverf op doek
Afmetingen 70,5 x 56,5 cm

Aarnout Drost

door Petrus Kiers (1807-1875)

Aarnout Drost studeerde theologie en richtte in 1834 met Jan Pieter Heije, Everhardus Johannes Potgieter en Reinier Bakhuizen van den Brink – allen nog piepjong – tijdschrift De Muzen op, waarin binnen- en buitenlandse letterkunde en kunst ‘onpartijdig en billijk’ besproken zou worden: een statement tegen de onderlinge bewieroking in die tijd. Drost stierf zeer jong, aan ‘bloedspuwingen’. Hij kon nog meewerken aan de eerste twee nummers van de eerste en enige jaargang. Zijn dood was een slag voor de vriendengroep. Potgieter en Bakhuizen van den Brink richtten in 1837 De Gids op, met dezelfde doelstelling, en het tijdschrift bestaat nog steeds.

Hebben de ouders van Drost de kunstenaar verzocht om dit portret, ter herinnering? Petrus Kiers maakte eerder een schets voor een gravure van Drost. In 1833 schreef Drost aan zijn vriend Heije dat hij bijna klaar was met zijn ‘Letterkundig tafereel’ voor een ander tijdschrift en dat hij voor ‘’t plaatje daarvoor reeds eene schets van mijn teekenaar’ had ontvangen. Kiers had zijn atelier in de buurt, in Amsterdam.

Potgieter roemt de ‘geestvollen blik’, de ‘hoogere uitdrukking aan den vriendelijken gloed zijner levendige oogen’. – ‘Zóó had de Schilder gewenscht hem U te doen zien, zoo zoude zijn afbeeldsel u hem eerst geheel hebben doen kennen. De lach der twijfeling speelde om den fijn gevormden mond.’

Het onderste boek op het tafeltje is Drosts Hermingard van de Eikenterpen uit 1932, een van de allereerste Nederlandse historische romans: het ‘oud vaderlands verhaal’ over Batavierendochter Hermingard die kiest voor het christendom, en haar held Siegfried. De boeken van Sir Walter Scott waren hier al populair, maar bijvoorbeeld Jacob van Lennep en Geertruida Bosboom-Toussaint zouden nog volgen. Het andere boek is een vertaling uit het Duits die Drost maakte.