Terug Online exposities Zoeken

Piet Meeuse

(1947)
Piet Meeuse is iemand met hart voor de letteren. Hij is docent aan de Schrijversvakschool, was redacteur van De Revisor en Raster, en was ook betrokken bij het Letterenfonds en de Schrijversvereniging De Bezige Bij. Hij vertaalde werk van auteurs als Paul Valéry, Francis Ponge en Milan Kundera – en schreef een imposant, vooral essayistisch, oeuvre bijeen.
De afbeelding toont een kunstzinnig portret van Piet Meeuse. Gemaakt door: Oscar de  Wit
Vervaardigd 2004
Techniek Potlood en aquarel op papier
Afmetingen 100 x 70 cm

Piet Meeuse

door Oscar de Wit (1935)

In 2014 publiceerde Piet Meeuse zijn ‘roman in twaalf wandelingen’ Het labyrint van meneer Wolffers, die zich afspeelt in de oude binnenstad van Amsterdam, waar Meeuse zelf woont. Hij moet per ongeluk op talloze toeristenfoto’s staan, maar vind ze maar eens, in de Cloud. ‘Niemand van al die kiekjesdieven weet wie die slordige voorbijganger is die daar op de achtergrond langs loopt (of erger: precies op het verkeerde moment op de voorgrond) en het zal ze ook niet interesseren. Dat is prima zo: mijn bestaan is niet onopgemerkt gebleven, maar verder volstrekt anoniem,’ schrijft Meeuse op zijn website. ‘Onzichtbaar te zijn, en toch aanwezig: is dat niet de bestaansvorm bij uitstek die de literatuur kan bieden?’

Dit portret door Oscar de Wit ontstond uit vriendschap. ‘Ik heb Piet aan het begin van het tweede millennium via Barber van de Pol leren kennen. We discussiëren graag over de dosering van narratief en intellectuele bagage in literair werk, wat bij schilderkunst ook speelt. Je hebt beschrijvende en meer ideële kunst.’ Ook zij delen de liefde voor het absurdisme. ‘Ik heb Piet nooit anders dan in herenkostuum meegemaakt, nooit in trui of zwembroek of zoiets. Maar zijn colbertjes verraden soms een meer ludieke inslag.’

In Parijs publiceerde Oscar de Wit in de jaren zeventig strips in Charlie Mensuel. Een van de hoofdpersonages hierin heette Leonardo Morpion. ‘Leonardo verwijst naar Da Vinci; mijn kunstenaar is bezeten van de wens naar onsterfelijkheid. Dat loopt allemaal niet op rolletjes, wat ook blijkt uit de naam Morpion: platje, in het Nederlands, oftewel schaamluis. Een tragisch insectje dat nu, tot smart van biologen, met uitsterven bedreigd wordt.’