E. du Perron is een toonaangevend criticus, dichter en prozaïst, die zeer gepriviligeerd in Indië opgroeit en later lange tijd in Parijs en Brussel leeft. De erudiete Du Perron publiceert aanvankelijk gedichten, maar verwerft zich een naam door zijn felle, persoonlijke kritieken. Hij is met Ter Braak ‘de vent’ achter het tijdschrift Forum. Zijn belangrijkste werk is de essayistische roman Het land van herkomst, waarin hij zijn verleden en de actuele situatie in het Interbellum verweeft. Hij sterft op de dag van de capitulatie, 14 mei 1940, dezelfde dag waarop Ter Braak zelfmoord pleegt.

 

Jeugd

Charles Edgar du Perron wordt in Gedong Menu, op West-Java geboren en is van vaderszijde afkomstig uit een oud Frans adellijk geslacht. Zijn moeders familie komt uit Réunion. Zijn vader is zeer dominant en hardvochtig, zijn moeder onevenwichtig, hij wordt opgevoed door gouvernantes en spreekt Maleis met het inlandse personeel. Van 1906-1912 brengt het gezin door aan de Zuidkust van Java in een betrekkelijk onontgonnen streek. Hij bezoekt met weinig succes de HBS in Batavia en Bandoeng. Hij krijgt privé-lessen Nederlands en wordt een verwoed lezer. Hij verricht journalistiek werk, laaft zich aan het mondaine leven en beleeft zijn eerste erotische avonturen.

 

Europa

Na de Eerste Wereldoorlog trekt het schatrijke gezin via Marseille en Parijs naar Brussel. Zij gaan in de omgeving van de hoofdstad wonen op kasteel Gistoux. Du Perron brengt lange tijd in Parijs door, waar hij dankzij het kapitaal van zijn vader onbekommerd kan leven en kennis maakt met een groot aantal kunstenaars. Zijn debuut verschijnt in het Frans: Manuscrit trouvé dans une poche (1923). In Antwerpen ontmoet hij Van Ostaijen en Burssens, maar ook de Nederlandse schilder Willink. Hij richt met eigen geld het tijdschrift De Driehoek op, samen met de Antwerpenaar Jozef Peeters vormt hij de redactie, er verschijnen tien afleveringen en enkele bijzondere cahiers. In die jaren geeft Du Perron een groot aantal bijzonder verzorgde privé-uitgaven uit, deels onder pseudoniem. Hij krijgt een verhouding met het dienstmeisje Simone Sechez, krijgt van haar een zoon en huwt in 1928 ook met haar, maar die verbintenis wordt al weer snel ontbonden. In de tweede helft van de jaren twintig publiceert hij voornamelijk gedichten: Poging tot afstand (1927), Parlando (1930), verhalen worden gebundeld in Bijgebrek aan ernst (1926). Op Gistoux ontvangt hij vele literaire vrienden zoals Greshoff, Van Nijlen, Roland Holst en Ter Braak. Hij krijgt steeds meer contacten in de Nederlandse literaire wereld en werkt mee aan De Vrije Bladen en Den Gulden Winckel.

 

Forum

Du Perron ‘positioneert’ zichzelf duidelijk. Hij heeft een afkeer van estheticisme of traditionalisme en hij rekent af met het retorisch humanisme van Dirk Coster in het geruchtmakende Uren met Dirk Coster (1931), dat in de eerste jaargang van het tijdschrift Forum verschijnt, het blad dat hij met zielsverwant en vriend Ter Braak en Maurice Roelants opricht. Hij vindt dat een schrijver ‘een vent’ moet zijn, duidelijk stelling moet nemen en zijn persoonlijkheid moet laten gelden. Een verheven, alles bepalende vorm is aan hem niet besteed. In 1932 huwt hij Elisabeth de Roos, ze gaan in Parijs wonen, waar Du Perron voor het eerst van zijn leven om den brode moet werken. Na de zelfmoord van zijn vader, de dood van zijn moeder en de gevolgen van de Beurskrach in 1929 blijkt er van het familiekapitaal zo goed als niets over te zijn. Over zijn plaats in die woelige jaren publiceert hij De smalle mens (1934) en een jaar later de roman Het land van herkomst.

 

Het land van herkomst

De roman laat een vermenging van genres zien, de ouderwetse romanvorm voldoet in de ogen van Du Perron niet (meer). Het land van herkomst toont de invloed van auteurs als Proust, Larbaud en Stendhal. In lange hoofdstukken schrijft Du Perron over de toestand in Parijs 1933, het Java van het begin van de eeuw en de discussies met zijn vrienden die nauwelijks verhuld worden opgevoerd. De roman is eigenlijk een lange, onvoorwaardelijke biecht aan zijn vrouw. Hij probeert de vraag te beantwoorden die voor hem essentieel is: wie ben ik en hoe ben ik zo geworden.

 

Indië

In 1936 vertrekt Du Perron met zijn vrouw en zoontje naar Indië, waar hij kritieken schrijft voor het Bataviaasch Dagblad. Hij verricht het nodige archiefonderzoek naar de activiteiten van Multatuli, wiens werk en persoon hem zeer fascineert. In 1937 verschijnt De man vanLebak, in 1939 Schandaal in Holland over een 18e eeuwse zedenkwestie. Omdat ze het klimaat slecht verdragen keren ze in 1939 naar Nederland terug. Onder druk van de omstandigheden verbrandt Du Perron een deel van zijn persoonlijk archief. Hij overlijdt op 14 mei 1940, de dag van de capitulatie in Bergen (NH) aan de gevolgen van een aanval van angina pectoris. Zijn vriend Ter Braak pleegt bijna terzelfdertijd zelfmoord.

Reputatie

Du Perron, zijn werk, persoon en houding, geldt voor een generatie literatoren als een voorbeeld. Zijn altijd duidelijke stellingname, zijn afkeer van literatuur die het alleen maar van schoonheid of vormexperimenten moet hebben, beïnvloedt veel schrijvers en critici. Zijn Verzameld werk verschijnt tussen 1955 en 1959. De uiterst belang rijke briefwisseling met Ter Braak komt tussen 1962-1967 uit en vanaf 1977 en 1990 verschijnt er nog een reeks brieven. In datzelfde jaar publiceert Kees Snoek het proefschrift De Indische jaren van E. duPerron. In 2005 gevolgd door zijn biografie Het leven van een smalle mens. Het Du Perrongenootschap ontplooit nog altijd tal van activiteiten, gewijd aan de zo jong overleden schrijver.

 

Het Literatuurmuseum beheert talrijke brieven die Du Perron schreef aan onder anderen Simon Vestdijk, Jan Engelman, Jan van Nijlen, Jan Greshoff en uiteraard zijn goede vriend Menno ter Braak. Werken als De man van Lebak, Het land van herkomst en Parlando zijn in handschrift aanwezig. Ook Forum, waarvan Du Perron medeoprichter was, is in de collectie vertegenwoordigd. In de permanente tentoonstelling van het museum kunnen een houten speelgoedpaardje uit Du Perrons nalatenschap en een bronzen portretkop door Sylvia Willink-Quiël worden bewonderd.

Zie voor een overzicht van alle documenten van E. du Perron in het Literatuurmuseum de catalogus.

 

Links

www.dbnl.org

www.edpg.nl