← Terug naar Biografieën

Jan van Ruusbroec

De uit Brussel afkomstige (Van) Ruusbroec volgt een theologische en filosofische opleiding. Vanaf 1317 is hij vijfentwintig jaar priester van de Sint-Goedele parochie in Brussel. Daarna betrekt Ruusbroec met enkele zielsgenoten het afgelegen klooster Groenendael. Daar ontstaat het grootste deel van het wereldberoemd geworden mystieke werk van Ruusbroec, dat nog altijd veel wordt gelezen.

 

Ontwikkeling

Jan van Ruusbroec wordt door zijn oom de priester Jan Hinckaert naar een Brusselse kapittelschool gestuurd. Of hij daarna ook in Parijs en Keulen heeft gestudeerd -zoals sommige bronnen beweren- is onduidelijk. In 1317 wordt Ruusbroec kapelaan van de grote Brusselse parochie Sint-Goedele. Dat blijft hij vijfentwintig jaar. In Brussel beleeft hij zijn eerste mystieke ervaringen, die hij schriftelijk vastlegt. Het drukke, stadse leven wordt hem te veel, samen met een aantal priesters die ook een ingetogener leven willen leiden, neemt Ruusbroec zijn intrek in kluis Groenendaal, beschikbaar gesteld door hertog Jan II van Brabant.

 

Groenendaal

Aanvankelijk leefde men op Groenendaal als ‘kluizenaars in gemeenschap’ buiten elke kloosterorde om. In 1350 sticht men onder kerkelijke druk toch een klooster van reguliere kanunniken (Augustijnen). Hoewel Ruusbroec toen al roem genoot die tot ver voorbij de landsgrenzen ging, bestiert hij nooit als overste het klooster. Hij is een eenling die al zijn tijd wijdt aan het doordringen tot Gods mysterie. Hij schrijft zijn traktaten in het Middelnederlands, maar ze worden al tijdens zijn leven in het Latijn vertaald. Groenendaal trekt door Ruusbroecs faam veel bezoekers.

 

Traktaten

De eerste vijf traktaten zijn door Jan van Ruusbroec geschreven voordat Groenendaal wordt gesticht. Ze gaan vooral over de klassiek geworden driedeling in een werkend, innig en godschouwend leven. Uit die periode wordt Die cierheit der gheestelijker brulocht over de mystieke opgang tot het goddelijk licht zijn bekendste werk. De meeste mystieke boeken ontstaan in Groenendaal. Ruusbroec loopt daar door de bossen en noteert zijn influisteringen op wastafeltjes. De definitieve vorm krijgen zijn gedachten in het klooster. Veel van zijn traktaten vertonen gelijkenis met de structuur van preken uit die dagen. Een aantal van zijn collega’s copieert het werk van Ruusbroec, dat al vrij snel een enorme invloed krijgt in heel Europa. Hoogleraren, bisschoppen en andere hooggeplaatste personen bezoeken hem in zijn afzondering. Hij krijgt de bijnaam admirabilis, de wonderbare.

Kern

Ruusbroec meent dat God de vader, de Zoon en de Heilige Geest eeuwig met elkaar in wisselwerking verkeren. Voorts meent hij dat alles wat er ooit was, is en zal zijn al een eeuwig bestaan ‘in God’geniet. De mystiek van Ruusbroec noemt men inkeringsmystiek.

Via het werkende, het inwendige en het godschouwende leven kan men als het ware opklimmen tot een stadium waarin de ziel zich verenigt met haar oorsprong. Dan is het niveau van het zogenaamde godmenselijke niveau bereikt. Een spieghel der ewigher salicheit wordt gezien als zijn meest rijpe en overtuigende werk. Vanden zeven sloten en Van seven trappen schrijft hij voor Margriet van Meerbeeke, voorzangster van het Coudenklooster in Brussel. Van den twaelf beghinen is rond 1380 vermoedelijk samengesteld door zijn medebroeders aan het eind van Ruusbroecs lange leven.

 

Invloed

Ruusbroecs invloed is bij tijdgenoten en nadien enorm groot. Zeker bewonderaars uit zijn eigen tijd menen dat zijn bezielend werk is ontstaan uit inspiratie door de Heilige Geest. Groot is ook zijn invloed op de moderne devotionele beweging. Al in 1420 wordt er door Pomerius een hagiografische levensbeschrijving van Jan van Ruusbroec geschreven. Vooral in kloosterkringen worden de meest toegankelijke tekstfragmenten van Ruusbroec eeuwenlang gebruikt. In 1909 wordt Ruusbroec door Paus Pius X zalig verklaard. De laatste jaren verschijnen er in talloze talen nieuwe versies van zijn werk, niet zelden met een toelichting van belangrijke theologen en filosofen.

 

Het Literatuurmuseum collectioneert brieven, foto’s, documenten, manuscripten, typoscripten en parafernalia van auteurs van na 1750. De Koninklijke Bibliotheek in Brussel bezit veel bijzondere drukken van het werk van Ruusbroec.

 

Links

www.dbnl.org