Simon Vestdijk heeft een zeer groot oeuvre op zijn naam staan, vooral van romans, maar ook van verhalen en essays. De meeste boeken van de ‘kluizenaar van Doorn’ hebben een autobiografische, een historische, of een metafysische achtergrond. Vestdijk studeert medicijnen, is enige tijd vervangend huisarts, maar wijdt zich sinds 1932 geheel aan de literatuur. Van zijn romans is de Anton Wachtercyclus zeer bekend geworden. Die cyclus is grotendeels gebaseerd op de omvangrijke roman Kind tussen vier vrouwen, die pas na zijn dood in 1971 wordt uitgegeven. Tijdens de oorlog, die hij in gevangenschap doorbrengt, schrijft hij De glanzende kiemcel, een standaardwerk over poëzie. Vestdijk, die vaak gekweld wordt door ernstige depressies, wordt door dichter Roland Holst getypeerd als ‘de man die sneller schrijft dan God kan lezen.’

 

Vroege jaren

Simon Vestdijk wordt in Harlingen geboren als enig kind van de autoritaire gymnastiekleraar Simon Vestdijk en Anne Mulder. Hij bezoekt de driejarige HBS in zijn geboorteplaats, die als Lahringen regelmatig in zijn werk voorkomt. Daarna volgt hij in Leeuwarden de Rijks-HBS. Vestdijk kan goed leren, maar vindt weinig aansluiting bij medeleerlingen. Van 1917 tot 1927 studeert hij medicijnen in Amsterdam, tijdens de studie leert hij Slauerhoff kennen. Na zijn artsenexamen in 1927 studeert hij korte tijd psychologie en filosofie in Leiden en ontwikkelt daar ook belangstelling voor astrologie. Hij is korte tijd werkzaam als scheeparts en is daarna waarnemer in diverse artsenpraktijken in Nederland. Tijdens zijn studentenjaren publiceert hij gedichten in De Vrije Bladen. In 1932 debuteert hij met Verzen, vanaf dat moment wijdt hij zich uitsluitend aan het schrijverschap.

 

Forum

De ontmoeting met Forum-redacteuren Ter Braak en Du Perron is van eminent belang voor Vestdijk, die ook redacteur wordt van dat tijdschrift en daarin publiceert. In 1933 schrijft hij het omvangrijke Kind tussen vier vrouwen dat voor publicatie geweigerd wordt, maar wel de basis vormt voor de eerste vier delen van de Anton Wachter-cyclus. Als eerste deel verschijnt in 1934 Terug tot Ina Damman, de roman over een geïdealiseerde jeugdliefde. Het motief van de allesoverheersende angst is in dat vroege werk al aanwezig. In 1936 verschijnt Meneer Visser’s Hellevaart waarin uitvoerige beschrijvingen staan van de gedachtewereld van een sadistische huistiran. Motieven en thema’s uit die twee eerste romans waaieren in het latere werk uit. In 1938 komt de eerste historische roman van Vestdijk uit: De nadagen van Pilatus, waarin Maria Magdalena en Pilatus een hoofdrol spelen met keizer Caligula op de achtergrond. Voor al zijn historische romans zal Vestdijk zich zeer goed documenteren, al geeft hij altijd een persoonlijke visie op de geschiedenis. In Else Böhler, Duits dienstmeisje (1935) wordt voor het eerst zijn fascinatie voor de psycho-analyse duidelijk. In 1938 en ’39 is hij kunstredacteur van de NRC en krijgt hij de Van der Hoogtprijs voor Het vijfde zegel (1937). Met Greshoff en Van Nijlen vormt hij na het verdwijnen van Forum de redactie van Groot-Nederland. In de eerste tien jaar van zijn schrijverschap is de productie van Vestdijk al fenomenaal en deze zal alleen nog maar groter worden: verhalen, romans, essays, muziekessays, gedichten en brieven – het is één onafgebroken stroom van publicaties. Sinds 1939 woont Vestdijk met zijn huishoudster Ans Koster in Doorn. Zij overlijdt in 1965. In de tussentijd heeft Vestdijk van 1946 tot in de jaren vijftig een relatie met Henriëtte van Eyk.

 

Oorlog

Simon Vestdijk heeft zijn levenlang bij periodes geleden aan ernstige depressies.  Tijdens de oorlog wordt hij door de Duitsers als gijzelaar met veel andere intellectuelen vastgehouden in Sint Michielgestel en Scheveningen. Uit een reeks lezingen voor medegevangenen ontstaat De glanzende kiemcel (1950), dat algemeen wordt beschouwd als een standaardwerk over de poëzie. Direct na de oorlog verschijnen er enkele belangrijke dichtbundels zoals Mnemosyne in de bergen (1946) en Thanatos aan banden (1948).Vestdijk schrijft vooral psychologische en filosofische gedichten, vaak sonnetten, waarin ‘een idee’ vaak centraal staat. Vestdijk voelt zich verwant met het werk van Albert Verwey over wie hij Albert Verwey en de idee (1940) publiceert.

 

Romans

De Harlingse jeugdjaren en de daarop volgende periode in Leeuwarden hebben lang in de geest van Vestdijk doorgewerkt, niet zozeer als het verloren paradijs, waarnaar wordt terugverlangd, dan wel naar een periode van angsten en verschrikkingen, waar de kunstenaar Vestdijk later literair en psychologisch greep op wil krijgen. De eerste vier delen van de Anton Wachter-cyclus zijn in dit opzicht significant. Terug tot Ina Damman (1934) is de geschiedenis van een jeugdliefde, Sint Sebastiaan (1939) die van een opbloeiend talent, Surrogaten voor Mark Tuinstra (1948) het portret van een vriendschap en De andere school (1949) geeft een beeld van een verwarrende overgangsfase. De vier daaropvolgende delen handelen over de Amsterdamse studentenwereld, maar missen de intensiteit van deze puberteits- en adolescentenromans. De koperen tuin (1950) wordt tot één van de hoogtepunten in het oeuvre van Vestdijk gerekend. Centraal staat het menselijk onvermogen elkaar werkelijk te begrijpen en de burgerlijke normen en fatsoensterreur. De existentiële problematiek wordt ook uitgewerkt in de historische romans, maar dan tegen een ander decor. Die romans zijn eerder psychologiserend dan historiserend. Het vijfde zegel speelt in het Spanje van de 16e eeuw, een tijd van mystiek en de terreur van de inquisitie, Aktaion onderde sterren (1941) in het klassieke Hellas en Iersche nachten (1946) in het arme Ierland van de 19e eeuw. Vestdijk ziet in de geschiedenis een eeuwige herhaling van identieke menselijke gevoelens en verhoudingen.

 

Essays

De enorme belezenheid van Vestdijk blijkt vooral uit zijn essays, waarin hij zich niet beperkt tot een enkelvoudig onderwerp, maar dwarsverbanden legt tussen muziek, astrologie, wijsbegeerte en cultuurgeschiedenis. Veel van zijn beschouwingen zijn zo mergrijk en niet tijdgebonden, dat ze nog altijd actueel zijn. Over metafysische vragen schrijft hij in onder andere De toekomst der religie (1947) en Astrologie en wetenschap (1949), over muziek in een aantal boeken zoals Keurtroepen van Euterpe (1957) en Hoe schrijft men overmuziek?(1963). Ook aan de literatuur wijdt Vestdijk een kleine dertig studies waaronder Lier en lancet (1939), Dichtkunst als magie (1946) en De zieke mens in de romanliteratuur (1964). Op de vraag naar zijn productiedrift, antwoordt Vestdijk, die tijdens het schrijven vaak de stofzuiger aanzet vanwege het monotone geluid: ‘Je kunt er gewoon bij blijven zitten!.’

Na de dood van Ans Koster trouwt Vestdijk in 1965 met de veel jongere Mieke van der Hoeven. Ze krijgen een zoon en een dochter. In 1971 overlijdt Vestdijk, 71 jaar oud, in het Academisch ziekenhuis in Utrecht.

Tweehonderd boeken

Vestdijk schrijft tijdens zijn leven circa tweehonderd boeken, waarvan er een aantal pas na zijn overlijden wordt gepubliceerd. De belangrijkste is de  ‘oerboek’tekst van Kind tussen viervrouwen dat in 1973 uitkomt. Vestdijk heeft invloed gehad op zulke uiteenlopend auteurs als Hella S. Haasse, Maarten ’t Hart en Willem van Maanen. In 1973 wordt de Vestdijk-kring opgericht, uitgever van de Vestdijk-kroniek. Vestdijk krijgt alle belangrijke literaire prijzen. In 1950 de P.C. Hooftprijs, in 1955 de Constantijn Huygensprijs en in 1971 de Prijs der Nederlandse letteren die hij door zijn overlijden niet meer in ontvangst kan nemen. Over Vestdijk is en wordt nog altijd veel gepubliceerd. Nol Gregoor gaat in Simon Vestdijk inLahringen in op de verhouding met zijn geboorteplaats en de situering van de Anton Wachter-romans. In 1987 verschijnt Simon Vestdijk, een schrijversleven, een veel omstreden biografie van Hans Visser. In 2005 komt Vestdijk, een biografie geschreven door Wim Hazeu. In NRC Handelsblad publiceren Maarten ’t Hart en Hugo Brandt Corstius hun leesbevindingen over zijn tweeënvijftig romans, later gebundeld in Het gebergte (1996). Al is de wetenschappelijke belangstelling voor Vestdijk nog onverminderd  groot, een jonger lezerspubliek lijkt weinig interesse te hebben voor dit omvangrijke, grootse oeuvre.

 

De bijzonder omvangrijke nalatenschap van Simon Vestdijk is bij het Literatuurmuseum ondergebracht. Het archief bevat onder meer uitvoerige briefwisselingen met literatoren als Willem Brakman, Theun de Vries, E. du Perron en Henriëtte van Eyk. Van een groot aantal romans zijn ook de originele handschriften en typoscripten aanwezig, zoals van Kind tussen vier vrouwen, Terug tot Ina Damman en Meneer Visser’s hellevaart. Het museum bezit tevens een groot aantal foto’s en enkele bijzondere voorwerpen uit de nalatenschap van Vestdijk, zoals een gegraveerde vulpen, een Nilfisk-stofzuiger en een typemachine van het merk Remington.

Zie voor een overzicht van alle documenten van Simon Vestdijk in het Literatuurmuseum de catalogus. 

 

Links

www.dbnl.org

www.kb.nl

www.svestdijk.nl

www.vestdijk.com