Hans Berghuis

(1924-1994)

Kunst die emoties en complexe gevoelens wil overbrengen, eist een gecompliceerde expressie. Dat is de literatuuropvatting die niet alleen kenmerkend is voor het werk van dichter en prozaïst Hans Berghuis, maar die hij ook uitdroeg in de vele recensies schreef voor de Volkskrant. Hij is de naamgever van de poëzieprijs van Maastricht, de Hans Berghuisstok, die gegeven wordt aan dichters die de originaliteit en de kracht van poëzie overbrengen.

Vervaardigd ongedateerd
Techniek Collage op doek
Afmetingen 53 x 63 cm

Hans Berghuis

door Aad de Haas (1920-1972)

‘Er was niemand op de kade van San Miguel de la Isla toen Don Ramon in het holst van de nacht vertrok van het eiland waar hij zijn leven lang had gewoond’. Met deze regels opende Hans Berghuis’ roman Don Ramon en de eilanders (1959) die zich afspeelt op Ibiza. Hij vertaalde ook Spaanse volkspoëzie; zo verscheen in 1961 Tweehonderd copla's zoals Spanje ze zingt.

In zijn gedichten en romans zocht Berghuis het vaak ver van huis, zo spelen in zijn vroege werk vreemde landen een rol. Wanneer hij, na een lange tijd van stilte, in 1984 weer van zich laat horen, richt hij zich ook op oude culturen. Zoals in Een winter in Tomi waarin hij de verbannen Romeinse poëet Ovidius opvoert en in Kleitabletten geeft hij een nieuwe kijk op antieke beschavingen. Thematiek in zijn romans is de dreiging die kan uitgaan van traditie en dogma.

Gezien zijn belangstelling voor de oudheid is het niet vreemd dat kunstenaar Aad de Haas de dichter-schrijver-journalist heeft afgebeeld als een soort sater. Rustend in het oeverriet lijkt hij na te genieten van een bacchanaal. Zou het portret een verwijzing zijn Etruskische Gezangen, een bundel waarin de wijn rijkelijk vloeit en drinken en erotiek met elkaar in verband wordt gebracht? ‘Een fluit/wijn is niet genoeg. Wees prinselijk met de maten/van je glazen,’ is te lezen in het gedicht ‘De wijnstok’, waarin een loflied op de godheid Fufflun – te vergelijken met Dionysos danwel Bacchus – wordt gezongen. ‘Wanneer de voorvaderen en de goden samen / tafelen, beleef je taferelen als in dromen / voorkomen.’