J.W.F. Werumeus Buning

(1891-1958)
Als schrijver bestrijkt Johan Willem Frederik Werumeus Buning een breed spectrum. Hij is een invloedrijk toneel- en danscriticus, krigt veel waardering voor zijn proza en gedichten, zoals voor het lange gedicht Mária Lécina – dat maar liefst 47 drukken kent en een van de best verkochte gedichten uit de 20e eeuw is. Hij is als journalist verbonden aan De Telegraaf en schrijft ook nog eens een bijna eindeloze reeks boekjes over koken en wijn.
Vervaardigd 1951
Techniek Olieverf op paneel
Afmetingen 60 x 44 cm

J.W.F. Werumeus Buning

door Eppo Doeve (1907-1981)

In 1951 werd Werumeus Buning zestig en dat werd gevierd met een ‘herendiner’ bij hem thuis op de Amsterdamse Overtoom. Werumeus Buning was een culinair expert die een groot aantal boeken over wijn en eten publiceerde, en die zich niet beperkte tot de theorie: hij hield wel van een goede maaltijd. Aanwezig op het feestdiner was ook Eppo Doeve, die grote faam genoot als illustrator en die dit portret maakte. De twee kenden elkaar allang en waren allebei verbonden aan Elseviers Weekblad. Ook maakte Doeve illustraties bij veel van Werumeus Bunings werk. ‘Deze liason van een grafische en poëtische pen blijkt zichtbaar honorabel voor beide partijen’, aldus Werumeus Buning-kenner P. Hijmans in een artikel over dit schilderij.

Dit portret is opgezet zoals heren van stand in de zestiende eeuw graag werden vereeuwigd: vol symboliek en verwijzingen naar het leven en werk van de geportretteerde. Zo verwijst de atlas linksboven naar het gedicht ‘Atlas’ waarmee Werumeus Buning in 1916 in De Gids debuteerde en symboliseren de maretakken boven zijn hoofd het in memoriam-thema; zijn eerste bundel In memoriam uit 1921 gaat over de dood van zijn geliefde. Het schip in de fles hint naar zeeofficieren (een familieberoep) én naar de zeereis die de schrijver in 1932 maakte na het mislukken van zijn huwelijk. Aan boord van de S.S. Amazone schreef hij Mária Lécina. Een lied in honderd verzen met een zangwijs, dat herkenbaar is tussen de geschilderde boeken. Onder de ronde boog is een stukje van een rijmprent te zien, Werumeus Buning schreef er meerdere, en bij zijn rechterschouder een stukje Elseviers Weekblad. De ganzenveer staat voor het schrijverschap, het wijnglas – rijkelijk versierd met de beginletters van zijn achternaam – verwijst naar Bunings vele publicatie over wijn. Ongetwijfeld bevat het doek nog meer verwijzingen; voer voor eventuele biografen!

Vervaardigd 1912
Techniek Olieverf op doek
Afmetingen 54 x 44 cm

J.W.F. Werumeus Buning

door Lizzy Ansingh (1875-1959)

Naast het portret dat Eppo Doeve van J.W.F. Werumeus Buning op zestigjarige leeftijd maakte, bestaan er ook twee jeugdportretten van de schrijver, beide door de bekende schilderes Lizzy Ansingh. Een portret met op de achterzijde de aantekening “heb ik vorig jaar 2 okt laten veilen bij Christies”, behoort inmiddels tot de collectie Deventer Musea. Het andere ander portret zien we hier. Het stamt uit 1912 en toont een jonge Werumeus Buning die de eerste stappen op het literair pad nog moet zetten.

Na vele scholen te hebben bezocht, is Werumeus Buning in Amsterdam in de kost en studeert hij voor notaris. Enige tijd na het voltooien van dit portret, in de lente van 1913, besluit hij dat er maar eens einde moet komen aan wat hij ‘zijn zwabbertijd’ noemde. Dat jaar ontmoet hij ook dichter A. Roland Holst die hem aanmoedigt gedichten te schrijven. In december 1915 zal Werumeus Buning in dienst treden bij De Telegraaf en in 1916 publiceert hij zijn eerste gedicht in De Gids.

Hij schaart zich bij de generatie rond het modernistische tijdschrift De Vrije Bladen, waarin diverse jongeren zich na de Eerste Wereldoorlog groeperen. Naast poëzie schrijft hij ook proza en vertaalt hij. Bovendien schrijft hij tal van stukken over dans en theater, en ontpopt hij zich tot een meeslepend schrijver over kookkunst; zijn boek Honderd avonturen met een pollepel wordt een groot succes. In zijn glorietijd, voor de Tweede Wereldoorlog, is hij mateloos populair bij het grote publiek, vooral met zijn balladen die uit het leven gegrepen zijn. Zijn houding tijdens de Tweede Wereldoorlog is niet onberispelijk en komt hem op een publicatieverbod te staan. En hoewel hij al snel weer aan de slag gaat als journalist bij Elseviers Weekblad, is zijn reputatie blijvend geschaad.