Kader Abdolah

(1954)

Kader Abdolah (ps. van Hossein Sadjadi Ghaemmaghami Farahani) is van oorsprong Perzisch. Toen hij zich in 1988 in Nederland vestigde, leerde hij de taal – en de volksaard – met behulp van onder meer Jip en Janneke, die van hem ook in het Nederlands een verteller maakte. Abdolah weet wel waar zijn werk aan te danken is: ‘de kracht van de vlucht, door de magie van de immigratie!’ 

Vervaardigd 1994
Techniek Oliepastel op paneel
Afmetingen 42,5 x 29 cm

Kader Abdolah

door Masoud Gharibi (1954)

‘Hij schildert niet, hij lijst onze heimwee in’, zegt Kader Abdolah over Masoud Gharibi, de schilder van dit portret. Zowel Abdolah als Gharibi is geboren in Iran en ontvluchtte dat land in de jaren tachtig. Beiden vestigden zich in Nederland, waar Abdolah naam maakte als schrijver en Gharibi, van origine politiek cartoonist, een succesvolle carrière als beeldend kunstenaar opbouwde.

Iran bleef een bron van inspiratie. De traditionele, oriëntaalse mystieke wereldbeelden en verhalen worden gecombineerd met het leven in Nederland. Zo zegt Abdolah over Gharibi: ‘Twee verschillende kunsttradities lopen op zijn doeken elkaar tegemoet. Hij heeft de geur en de kleuren van de Perzische sprookjes met de Hollandse techniek op zijn doeken vastgelegd’.

Gharibi’s schilderijen kenmerken zich onder meer door hun warme kleuren ‘die doen denken aan de kleuren van de moskee en het warme geel van de woestijn’, aldus de schilder. Als voor hem Iran en Nederland samenkomen op een doek voelt hij zich thuis:  ‘Met schilderen vergeet ik even alles. Ik vecht ermee tegen het kwaad en maak de wereld mooier.’

Gharibi illustreerde, in oriëntaalse stijl,  voor Abdolah diens – deels autobiografische – roman Het huis van de moskee uit 2005. Abdolah schetst aan de hand van een familiegeschiedenis de historie van Iran en laat zien hoe traditie, oude cultuur en milde islam onder druk komen te staan door moderniteit en religieuze radicalisering. Het huis van de moskee was Abdolahs definitieve doorbraak. Het werd vele malen verkocht en verscheen in 21 talen, en het had veel enthousiaste liefhebbers: in 2007 werd het – achter Mulisch – tot het op een na beste Nederlandstalige boek aller tijden verkozen.