Lenze L. Bouwers

(1940)

De christelijke Lenze Leendert Bouwers, die jarenlang als docent in het basis- en voortgezet onderwijs werkzaam was, schreef diverse kinder- en jeugdboeken, werkte aan een biografie over Anne ‘Bartje’ de Vries, maar voelt zich toch het meest thuis in de poëzie, waaronder voor hem ook (kerk)liederen vallen. Zijn eerste gedichten schreef hij tijdens zijn studietijd voor het meisje op wie hij verliefd was, zijn latere vrouw.

Vervaardigd 2000
Techniek Pastel op papier
Afmetingen 68 x 55,5 cm

Lenze L. Bouwers

door Tonny Holsbergen (1952)

‘Bij mij is gedichten maken gelijk aan ademen’, zo stelde Lenze L. Bouwers in 2005 in het Reformatorisch Dagblad. ‘Ik moet ze maken’. Een tijdlang is hij stadsdichter van Zwolle, de jury kiest hem omdat hij in zijn gedichten een veelzijdige creativiteit laat zien en om zijn beheersing van veel verschillende versvormen. Naast het sonnet is het rondeel, een vorm uit de middeleeuwen en later gebruikt door de rederijkers, een vaste vorm voor Bouwers.

Na negen jaar bij christelijke uitgevers te zijn uitgegeven, publiceert Bouwers in 1985 bij Querido de bundel Rondelen. In 1988 zegt hij in Trouw: ‘Het rondeel heeft mijn werk ambachtelijker gemaakt. Met mijn eerste bundels was ik te vlug tevreden.’ Hij had een boodschap en die moest eruit. Blijkbaar werkt de  strakke en dwingende vorm zoals dat van het rondeel voor hem inspirerend. ‘Voor mij is rondeel een samengaan van drift en bezinning, gevoel en vorm. Ik zal wel een romanticus zijn in een rationeel kader.’

In 2000 wint Bouwers met zijn gedicht ‘Rondeel’ – over Johan Cruijff – de Plantage Poëzie-prijs. De prijs is dit portret door kunstenaar Tonny Holsbergen, bewoonster van de Plantagebuurt tot ze in 2019 naar Harlingen verhuist. Pastel, een luxe krijt met lichtechte pigmenten, is voor haar de ideale tussenvorm tussen tekenen en schilderen. Het schetsen vormt de basis, met de hand en de vingers wrijft ze het tot een schildering.

Dit portret moest een verrassing blijven, dus Holsbergen schilderde van foto die ze van Bouwers’ vrouw had gekregen. Bij de uitreiking ontmoetten de dichter en schilder elkaar. Hij was er stil van, herinnert ze zich, ontdaan, hij bedankte haar zeer hartelijk.