Rob Nieuwenhuys

(1908-1999)
Vanwege zijn belangstelling voor en bestudering van de Indisch-Nederlandse letterkunde staat schrijver, letterkundige en historicus Rob Nieuwenhuys bekend als chroniqueur van Nederlands koloniale verleden. Zijn grote kracht lag in het feit dat hij erin slaagde zijn liefde voor de literatuur over te dragen op anderen – ook als leraar Nederlands. Zo had hij de latere jongens van Barbarber in de klas.
Vervaardigd 1989
Techniek Olieverf op doek
Afmetingen 61 x 81 cm

Rob Nieuwenhuys

door Hans Markveldt (1950)

‘Ik ben eigenlijk typisch iemand die tussen twee vaderlanden leeft, die daartussen in zit, die eigenlijk – maar dat is te zwaar uitgedrukt – geen enkel vaderland heeft. Er lijkt iets tragisch in te zitten, maar dat is het niet omdat ik vanuit deze “gespletenheid” (alweer een te zwaar woord) schrijven kan’, aldus Rob Nieuwenhuys, een op Java geboren zoon van een Nederlandse vader en Indo-Europese moeder. Vaak gaf hij rekenschap van die culturele positie ‘tussen twee vaderlanden’, onder meer in de autobiografische roman Vergeelde portretten uit een Indisch familiealbum. In 1972 verscheen zijn magnum opus: de Oost-Indische spiegel. Wat Nederlandse schrijvers en dichters over Indonesië hebben geschreven vanaf de eerste jaren der Compagnie tot op heden. Het werd een standaardwerk.

Kunstenaar Hans Markveldt kende de schrijver en zijn werk niet. Vrienden van hem organiseerden binnen hun Haagse literair programma De Avonden een avond over Indische literatuur in Nederland. Nieuwenhuys was een grote hulp geweest en had er veel tijd in gestoken, vertelt Markveldt. Als beloning kreeg Nieuwenhuys dit portret. ‘Ik ben toen kennis gaan maken en heb wat proeffoto's gemaakt, kleding uitgezocht die prettig voor hem was, en ook voor mij om te schilderen.’ De kunstenaar had met Nieuwenhuys ook een aantal houdingen geprobeerd, die ze de tweede keer bekeken. ‘Ik vond het een vriendelijke, rustige en nieuwsgierige man. Dat wilde ik gaan schilderen’. Hij was ook wel ijdel, vandaar de grote duim onder zijn onderkin, verklaart Markveldt. Nieuwenhuys was wel tevreden. Het leek, en dat de stijl op die van Wim Schuhmacher leek, beviel hem ook.